Biografie

Hermann Broch und die Moderne

Roman, Menschenrecht, Biografie

Paul Michael Lützeler
Wilhelm Fink Verlag, München, 2011

Door Jattie Enklaar, oud-docent moderne talen (UU)

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

De bekende literatuuronderzoeker Paul Michael Lützeler, die sinds zijn jonge jaren in Wenen geboeid werd door het werk van de grote Oostenrijkse schrijver Hermann Broch, deed wederom een boek over diens leven en werk het licht zien. Evenals met zijn andere talrijke publicaties over Broch levert Lützeler ook met dit werk een belangrijke bijdrage aan het Broch-onderzoek. In 1985 bracht Lützeler naar aanleiding van het honderdste geboortejaar van de schrijver een biografie over Broch uit. Nu, in 2011, was het wellicht ter ere van Brochs zestigste sterfjaar dat Lützeler opnieuw geïnspireerd werd.

 

Hermann Broch, die in 1938 wegens toenemende spanningen en de politieke koers Oostenrijk moest verlaten, werkte sindsdien in de Verenigde Staten, waar hij in 1951 overleed, juist voordat hij naar Oostenrijk terug zou keren. Met Kafka en Musil behoort Broch tot de grote schrijvers die Oostenrijk heeft voortgebracht en met hen is hij tevens een van de vooraanstaande vertegenwoordigers van de moderne roman in Europa. Terecht merkt Lützeler in zijn inleiding op dat Broch een schrijver is die nooit echt is doorgedrongen tot het grote publiek. Dit was reeds tijdens zijn leven het geval. Broch bleef een auteur voor connaisseurs en academici. Niettemin was hij een schrijver die steeds in de belangstelling bleef staan en wiens werken met ontzag benaderd werden.

 

In een eerder in Nexus (het jubileumnummer 50: Europees humanisme in fragmenten, 2008) verschenen artikel van Lützeler, ‘De slaapwandelaar ontwaakt. Broch en de moderne tijd’, dat als een prelude op het hier besproken werk kan gelden, wordt uiteengezet hoe Broch zich op een bijzondere manier steeds tussen verleden en toekomst bewoog. Zoals Hannah Arendt het uitdrukte: ‘Broch bevindt zich tussen het “niet meer” en het “nog niet”.’ Broch was dus tegelijkertijd vertegenwoordiger én criticus van de moderne tijd.

 

In dit nieuwe boek lijkt Lützeler een beeld van Broch te willen schetsen waarin alle belangrijke thema’s van diens leven en werken in samenhang met elkaar voor het voetlicht gebracht worden. Reeds in de ondertitel is dit duidelijk zichtbaar: Roman, Menschenrecht, Biografie. Ook de inhoud geeft dit aan: na een inleiding, waarin Brochs actualiteit centraal staat en we Broch als lezer van Kafka, Joyce en Canetti leren kennen, concentreren de overige hoofdstukken zich op Brochs dichterisches Werk, zijn psychische Selbstbiografie en zijn brieven, waarin vooral zijn leven tijdens zijn emigratie en zijn vriendschap met Thomas Mann en Erich Kahler een rol spelen. Opvallend is in het hoofdstuk ‘Pasenow oder die Angst vor der Moderne’ Lützelers opvatting dat Brochs romanfiguren alle tendensen en ideologieën van het wilhelminische tijdperk belichamen, waarbij de gehele Duitse cultuur als brüchig (broos en gammel) wordt aangemerkt. Dit laatste wordt met name in Brochs trilogie Die Schlafwandler in de hoofdfiguren ten tonele gevoerd. In die zin is de trilogie een ‘Kaiserreichtrilogie’ van de periode tussen 1888 en 1918, waarin de sociale wanorde en het toenemende isolement van het individu filosofisch en antropologisch als kennismodel onthuld wordt. De cultuurcrisis in Europa wordt door de koopman Broch, die aanvankelijk textieltechnologie studeerde, systematisch onder de loep genomen en ondersteund door zijn beroemde theorie over de ‘Zerfall der Werte’. Dit maakt zijn romankunst tot een bijzonder fenomeen in de wereld van die dagen. Zijn titelhelden brengen de cultuur in een eindfase tot leven, zoals ook Thomas Mann dat in zijn Zauberberg deed, waarin de patiënten zich vlak voor 1914 in het sanatorium Berghof afgescheiden van de wereld in een situatie tussen leven en dood bevinden.

 

Nog nadrukkelijker voert Lützeler in het hoofdstuk ‘Aus der Luft gegriffen’ Broch als meer dan groot romanschrijver ten tonele. Centraal staan hier – en zeer toepasselijk voor onze huidige tijd – de globalisering avant la lettre en de Bankenschwindel die in enkele figuren als de helden van een komedie hun vertegenwoordigers vinden. Op verrassende wijze wordt Broch hier een criticus, die in een cynische komedie een waagstuk voor het theater uithaalt, waarin hij de komedie tot aan de grenzen van het mogelijke voert.

 

Niet minder interessant zijn Lützelers observaties ten aanzien van de mens Broch in diens essayistisch werk, waarin de schrijver nog duidelijker als het gezicht van een tijdperk verschijnt. Op overtuigende wijze komt hier de nadruk te liggen op de cultuurcrisis in Europa, waarbij Broch niet zozeer – zoals zovelen van zijn generatie – uitging van Nietzsches denkbeelden als wel van zijn eigen overtuiging dat er een direct verband bestond tussen de oorlogscatastrofe en het secularisatieproces. Broch was de mening toegedaan dat het kernprobleem van de crisis in Europa gelegen was in het feit dat door het verdwijnen van de christelijke waarden alle menselijke waarden in het maatschappelijk, politiek en cultureel leven heroverwogen moesten worden. Dit was dan ook het basisprincipe van zijn theorie van waarden die niet alleen in zijn grote romans, maar ook in zijn essayistische werk het absolute ijkpunt zijn van zijn unendliches Wertziel, hetgeen voor Broch tevens de absolute bevrijding van de dood betekent. Zijn definitie van de cultuur als overwinning op de dood is een axioma dat men moet aannemen, wil men Brochs intenties en zijn kritische houding ten aanzien van de moderne cultuur ook maar enigszins begrijpen. Daarenboven zocht Broch bij voortduring naar een nieuwe basis voor de rechten van de mens. Volgens Lützeler eist Broch dat ‘nach Auschwitz der Satz von der unbedingten Verwerflichkeit der menschlichen Versklavung als “irdisch-absolutˮ zu gelten habe und an die Spitze der empirischen Menschenrechte gestellt werden sollʼ. (p. 121) Na Auschwitz als het absolute dieptepunt van een cultuur moeten er nieuwe grondvesten gevonden worden voor een Europees humanisme waarin menswaardigheid en de rechten van de mens erkend en geformuleerd dienen te worden.

 

Na het hoofdstuk ‘Broch und die moderne Malerei’, waarin door Lützeler Brochs belangstelling voor de ontwikkeling van de moderne kunst sinds de Renaissance naar voren gebracht wordt en waarin Cézanne, Van Gogh en Picasso als de representanten ervan verschijnen, volgt een hoofdstuk over Brochs psychologische Selbstbiographie. Daarin wordt de nadruk gelegd op diens behoefte te ontdekken waarom een levensloop is zoals hij is. Volgens Lützeler ging het Broch erom ‘jene seelischen Vorgänge zu erkunden, die das Verhalten seiner Persönlichkeit in sich wiederholenden Situationen steuernʼ. (p. 149) Lützeler stelt daarbij vast dat Broch zich meer als analyticus van zichzelf dan als autobiograaf ontpopte. Niet alleen had Broch de neiging de ziel van zijn romanfiguren als een psychoanalyticus te ontleden, hij deed dit ook met de blik van een buitenstaander op zijn eigen zielenroerselen. Men zou hem bij deze praktijk als aanhanger van de school van Freud en Adler kunnen zien, wier vakterminologie door hem gebezigd werd. Daarmee wordt de lezer door Lützeler ook meer en meer in de richting van de mens Broch gestuurd – een richting die met name in het laatste deel van het boek onder de titel ‘Zu den Biefenʼ tot volledige ontwikkeling komt. Niet alleen Brochs verhouding met zijn zoon Armand, zijn transatlantische correspondentie met Ruth Norden en Annemarie Meier-Graefe, maar vooral zijn vriendschap met Erich Kahler en Thomas Mann laten zien hoezeer voor Broch het ethische ideaal van een nieuwe mensheid bij alle doorstane ellende de boventoon voert, en hoe hij (evenals Vergilius in zijn meeslepende roman Der Tod des Vergil uit 1945) afstand neemt van de literatuur, omdat hij het gevoel heeft dat de sleutel voor een strijdbaar humanisme op andere terreinen, namelijk filosofie en wetenschap, gevonden moet worden. Lützeler meldt daarover:

 

Brochs ständiges Wechseln zwischen Geschichtsphilosophie, Dichtung, Metapolitik, Massenpsychologie, Kulturhistorie und Erkenntnistheorie hat mit seiner Überzeugung zu tun, dass der Literatur nicht mehr jene zentrale Rolle zukommt, die ihr zur Goethezeit innerhalb der sich entwickelnden bürgerlichen Gesellschaft zuerkannt wurde. Sinn habe nur noch jene Dichtung, die sich auf ihre Erkenntnisaufgabe ohne Rücksicht auf eine Thomas Mannsche ‘Soziabilität’ besinne. (p. 220)

 

Met deze uitspraak wijst Lützeler tevens op de mens en dichter Broch, die wars was van alles wat hem in de ogen van anderen welgevallig moest maken – maar bij wie steeds het streven naar inzicht en ethische normen in de omgang met mensen voorop stond.

 

In dit zeer lezenswaardige boek van Lützeler, waarin het kennelijk de bedoeling van de schrijver was om de mens en de dichter Hermann Broch ten volle en tot in essentie aan zijn publiek voor te stellen, krijgt de lezer een overzicht van alle aspecten van een leven in twee continenten, dat bepaald werd door oorlog en emigratie, maar waarin het verlangen naar een betere wereld aanwezig bleef. Ook al ontstaat bij de lezer van dit boek af en toe het gevoel dat de verschillende thema’s en uiteenlopende aspecten te zeer als parallelle waarnemingen naast elkaar verschijnen, dan toch kan de lezer na de lectuur van dit boek met overtuiging vaststellen dat hij in deze 225 pagina’s een dichter als mens en een mens als dichter heeft leren kennen.

 

Er bestaan maar weinig boeken waarin de schrijver erin slaagt op een zo geconcentreerde wijze mens en kunstenaar, filosoof en wetenschapper tot elkaar te brengen, met als eindresultaat dat de mens en de schrijver Hermann Broch ons als entiteit tot bewustzijn wordt gebracht, hetgeen Broch zelf – niet in de laatste plaats door de tijdsomstandigheden en zijn noodlottig leven – niet ten volle mocht lukken.