Filosofie

Het parlement van de dingen

Over Gaia en de representatie van niet-mensen

Bruno Latour
Vertaald door Willem Visser
Uitgeverij Boom, 2020

Bestel dit boek via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel

Door Lenna Bartens, student filosofie en journalistiek

De Noordzee is onderwerp van een filosofisch experiment. Wetenschappers, kunstenaars en politici onderzoeken, verenigd in de ‘Ambassade van de Noordzee’, samen naar de entiteiten waaruit de Noordzee bestaat. De dieren, planten maar ook bijvoorbeeld golfstromen die samen de Noordzee vormen krijgen zo een ‘stem’ waarnaar wordt geluisterd, alsof we te maken hebben met een reguliere ambassade. Het doel van de ambassade is te onderzoeken of de Noordzee een eigen rechtspersoon moet zijn om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving.

Dit experiment is een concrete toepassing van het denken van Bruno Latour. De Franse socioloog en filosoof, die te boek staat als een van de meest invloedrijke denkers van dit moment, ontvangt dit jaar de Spinozalens voor zijn ideeën over wetenschap, samenleving en duurzaamheid en het zoeken naar oplossingen voor de klimaatproblematiek. Ter gelegenheid daarvan verscheen onlangs zijn boek Het parlement van de dingen.

In Het parlement van de dingen stelt Latour dat de huidige ecologische realiteit ons dwingt tot een heroverweging van de hiërarchische relatie tussen wetenschap, politiek en bestuur. Op een erudiete maar humorvolle wijze leidt Latour ons in zes lezingen langs zijn ideeën over de representatie van niet-mensen en Gaia.

De eerste lezing begint met een herziening van de relatie tussen politiek, bestuur en wetenschap. Volgens Latour zou deze relatie hybride moeten worden, waardoor het geen losstaande disciplines zijn maar een samenwerking. Het voordeel hiervan is dat alle niet-mensen, die nu geheel buiten de politiek vallen, wél vertegenwoordigd zullen worden via de wetenschap en het onderzoek.

De herdefiniëring van de relatie tussen deze drie gebieden leidt tot het ‘parlement der dingen’. Latour noemt dit parlement ‘geen visionaire uitvinding die te vuur en te zwaard aan de bestaande orde der dingen moet worden opgelegd; het legt ‘slechts’ rekenschap af van wat al onder ons leeft’. Met andere woorden: Latour wil geen handelingsvermogen toekennen aan entiteiten die dit eerst niet hadden, maar hij wil aan niet-mensen teruggeven wat wij ze in ons wereldbeeld onrechtmatig hebben ontzegd.

Onze relatie ten aanzien van de natuur zullen we ook moeten herzien. Latour noemt de tijd waarin we leven het antropoceen. Hiermee bedoelt Latour dat ‘we niet langer worden beschouwd als de minuscule mensjes die door de ‘natuur’ worden overweldigd, maar juist als een collectieve reus die, uitgedrukt in terawatts, zulke afmetingen heeft aangenomen dat hij de voornaamste geologische factor is geworden’.

In de Romantiek ontstond het concept van het sublieme: het overweldigende gevoel dat de mens als individu nietig was te midden van de woeste natuur. Als we nu in de natuur staan voelen velen zich volgens Latour enkel schuldig, de natuur is minder onverwoestbaar dan we aanvankelijk dachten. Dit schuldgevoel is een rare gewaarwording, want hoewel we de oorzaak zijn van de klimaatcrisis, zijn we op individueel niveau niet volledig verantwoordelijk.

Over het bestaan en de omvang van de klimaatcrisis bestaat veel discussie. Dit komt kortgezegd doordat klimaatsceptici twijfel zaaien, ondanks de harde data die het idee van een klimaatcrisis veroorzaakt door mensen ondersteunt. Dit debat heeft volgens Latour niet enkel een wetenschappelijke dimensie, maar ook een politieke: het ideaal van een unaniem oordeel binnen de wetenschap blijft onvervuld. Als de klimaatcrisis daadwerkelijk bestaat, hebben we geen tijd om te wachten tot iedereen is overtuigd, en elk van ons moet een kant kiezen. Dit levert twee partijen op die tegenover elkaar komen te staan. Latour stelt dan de vraag of dit een onenigheid is die beslecht kan worden door een onpartijdige rechter, of dat hier nooit een consensus over gaat komen. Dat laatste zou volgens Latour betekenen dat we in een oorlog zitten waarbij we het conflict niet ‘kunnen delegeren aan een hogere prioritaire instantie’.

Zo komt Latour te spreken over het idee van Gaia, waarover hij eerder het boek Oog in oog met Gaia schreef. Gaia ontleent haar naam aan de Griekse mythologie. Dat idee, eind jaren zestig uitgewerkt door James Lovelock en Lynn Margulis, behelst dat de aarde een geheel van alle levende en niet-levende entiteiten en hun omgeving is. Buiten dat is er geen andere orde, en al helemaal geen hogere orde. De natuur gehoorzaamt binnen dit wereldbeeld niet aan vaststaande natuurwetten, maar in plaats daarvan maken alle levensvormen hun eigen wetten. ‘Ze gehoorzamen niet aan regels die elders zijn opgesteld’, want er is geen elders, er is enkel de interactie tussen alle levensvormen.

De kracht van het idee is dat alle levensvormen vrij zijn omdat ze hun eigen wetten maken. Dit betekent dat alle niet-mensen meer vrijheid krijgen, maar ook dat de mensen van hun zelfgecreëerde voetstuk worden geblazen. Wij worden teruggeplaatst tussen alle niet-mensen en zijn afhankelijk van ‘hetzelfde type complexe en onderling verstrengelde gebeurtenissen’. Als we Gaia als onze wereldvisie adopteren, zullen we de noodzaak inzien van alle niet-mensen waarmee wij verbonden zijn en hun het handelingsvermogen teruggeven dat hun toekomt. Dit heeft dan onvermijdelijk consequenties voor de politiek, en zo komen we weer bij het parlement der dingen.

We komen er steeds meer achter dat andere levensvormen, zoals bossen en octopussen, veel meer ontwikkeld zijn dan we altijd dachten. Er bestaat een duizelingwekkende verscheidenheid aan levensvormen en manieren waarop ze zich tot elkaar verhouden. Gezien vanuit Gaia bestaat de wereld enkel uit deze relaties en verdwijnt het onderscheid tussen individuele organismen en hun omgeving. Door niet-mensen hun handelingsvermogen terug te geven erkennen we het belang van elk leven op aarde en verheffen we de mens niet boven al het andere leven. Hierdoor zullen we de aarde niet meer enkel zien als een bron van grondstoffen die we naar believen kunnen uitputten. Om de klimaatproblematiek op te lossen, zullen we onze wereldvisie moeten veranderen. Latour biedt ons hiervoor een veelbelovend alternatief.