Politiek

Interventies

Een leven met oorlog en vrede

Kofi Annan met Nader Mousavizadeh
Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2012

Door Marjolein de Ridder, strategisch analist bij The Hague Centre for Strategic Studies

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel
Waartoe dienen de Verenigde Naties (VN)? Dat was voor Kofi Annan de leidende vraag bij de invulling van zijn ambt als secretaris-generaal van de VN (1997-2006). Annan zag het de zorg voor vrede en ontwikkeling en het dienen van degenen voor wie de VN werd opgericht, namelijk voor ‘ons, de volkeren’, als de belangrijkste taak van de organisatie. Bij zijn aantreden constateerde Annan dat de VN was verworden tot een organisatie die niet in staat was veiligheid te garanderen en hoofdzakelijk was gericht op zelfbehoud. Zijn inspanningen om de aangetaste positie en geloofwaardigheid van de VN te herstellen, leverde hem in 2001 de Nobelprijs voor de Vrede op. Vijftig jaar na zijn indiensttreding bij de VN blikt de voormalig secretaris-generaal in zijn memoires getiteld Interventies. Een leven met oorlog en vrede terug op de hoogte- en dieptepunten van zijn carrière.

De reputatie van de VN had in de jaren ’90 grote schade opgelopen door mislukte vredesmissies in Somalië, Rwanda en Srebrenica, waarbij de neutraliteit van de VN in de praktijk vaak in het voordeel van de agressor had gewerkt en zo tot vele burgerslachtoffers had geleid. Annan besefte dat het oplossen van de complexe burgeroorlogen die de nieuwe wereldorde kenmerkten, om een andere aanpak vroeg dan vredeshandhaving in de Koude Oorlog. De schokkende gebeurtenissen zetten Annan ertoe aan een nieuw concept voor humanitaire interventie te ontwikkelen, die internationale inmenging in binnenlandse conflicten ter bescherming van burgers mogelijk moest maken.

Om een nieuw besef te creëren van de legitimiteit en de noodzaak van interventie in geval van grove mensenrechtenschendingen, stelde Annan heersende opvattingen over soevereiniteit ter discussie. In 2000 werd het concept ‘Responsibility to Protect’ (R2P) geïntroduceerd, waarbij soevereiniteit niet alleen macht, maar ook verantwoordelijkheid inhoudt. Ondanks de formele steun voor de nieuwe norm, ontbrak het de lidstaten aan vastberadenheid om het concept R2P toe te passen op de crisis in Darfur. R2P was een van de belangrijkste hervormingen die Annan doorvoerde om de VN te transformeren tot een organisatie waarin het individu centraal staat.

Annans missie om veiligheid te definiëren in termen van de mens, betekende dat de VN zich ging richten op het bestrijden van armoede en ziekten. De VN-Ontwikkelingsgroep (UNDP) werd in het leven geroepen, evenals de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen, die moesten leiden tot meer aansprakelijkheid, meetbaarheid en cohesie in het ontwikkelingsbeleid van de lidstaten. Annan intensiveerde ook de samenwerking tussen de VN en het bedrijfsleven, de Wereldbank en het IMF op dit gebied. Onder leiding van Annan werd de strijd tegen hiv en aids door de Veiligheidsraad erkend als veiligheidsprobleem en werd het Global Fund opgericht ter ondersteuning van het voorkomen en behandelen van hiv en aids, tuberculose en malaria.

De behoefte bij te dragen aan ontwikkeling in Afrika is een terugkerend thema in het persoonlijk en werkend leven van Annan. Zijn frustraties over de toestand waarin hij zijn geboorteland Ghana na terugkeer van zijn studie in Amerika aantrof, vormden de drijfveer achter een carrière binnen een internationale organisatie. Als secretaris-generaal van de VN probeerde hij een nieuwe doctrine voor de Afrikaanse politiek te forceren door te stellen dat het onverantwoord is alleen het kolonialisme de schuld te geven van de problemen in Afrika. Hij legde de vinger op de zere plek door erop te wijzen dat maar weinig Afrikaanse leiders na de dekolonisatie goede instituties – onmisbaar voor economische ontwikkeling – hebben opgericht.

Ook in de vredesonderhandelingen in het Midden-Oosten probeerde Annan de positie van de VN te versterken. Het Arabisch-Israëlisch conflict begon bij de oprichting van de VN en vormt een pijnlijke kwestie voor de VN. De organisatie was in dezen op een politiek zijspoor komen te staan. Annan besloot een actieve tussenpersoon te zijn en zorgde met de oprichting van het Midden-Oostenkwartet weer voor een actieve rol van de VN in het vredesproces.

Bij het verwezenlijken van zijn ambities stuitte Annan op de nodige weerstand en de kloof tussen de mondelinge en financiële toewijding van lidstaten aan de doelstellingen van de VN. Alhoewel de internationale gemeenschap met de mond steun beleed aan vredeoperaties, kwamen lidstaten niet met de passende militaire of financiële middelen over de brug. Het geloof dat de globalisering wel voor economische vooruitgang en private investeringen in ontwikkelingslanden zou zorgen, vormde een belemmerende factor voor uitgaven van lidstaten aan armoedebestrijding. Ook verzetten sommige lidstaten zich tegen de oprichting van het Internationaal Strafhof – dat Annan van groot belang achtte om de cultuur van straffeloosheid op te heffen –, omdat zij vreesden dat gerechtigheid ten koste van vrede zou kunnen gaan.

De grootste tegenslag vormde de interventie van de VS in Irak. De kwestie raakte aan de fundamenten van vrede en veiligheid en de rol van de VN als enig wettig en gezaghebbend orgaan dat geweld als zelfverdediging kan sanctioneren. Annans verklaring dat de oorlog in Irak een illegale was, deed zijn relatie met de VS verslechteren. Annan gaf pittige kritiek op het beleid van de VS na 9/11 en noemde het een historische diplomatieke fout en een tragedie voor de internationale rechtsorde dat men het Amerikaanse aanzien in wereld zo veel schade liet oplopen. Voor iedereen die had gestreefd naar een eensgezinde VN-actie, was de Amerikaanse invasie een nederlaag, maar Annan onderstreepte dat de VN wel trouw bleef aan de principes die de basis vormen van de geloofwaardigheid en legitimiteit van de organisatie.

Annan wisselt in zijn boek de beschrijvingen van de verschillende internationale crises af met persoonlijke appreciaties. Hij beschrijft zijn frustratie over het gebrek aan daadkracht van de internationale gemeenschap terwijl er gruweldaden gepleegd werden en wanneer pogingen van de VN om bij te dragen aan wederopbouw, overschaduwd werden door geweld. Hij spreekt openhartig over de pijnlijke momenten tijdens zijn carrière, zoals de betrokkenheid van zijn zoon Kojo bij het schandaal rond het Olie-voor-voedselprogramma. Het beeld ontstaat van een bevlogen diplomaat, die strategisch moet opereren in een tumultueuze internationale context en die wordt geconfronteerd met duivelse dilemma’s, zoals de keuze tussen gerechtigheid en neutraliteit, actief interveniëren of passief toekijken, en onmiddellijk beëindigen van geweld of werken aan duurzame vrede.

Interventies vormt een goede samenvatting van de uitdagingen voor de wereldgemeenschap van de afgelopen jaren. De context van en aanleidingen voor verscheidene VN-interventies worden duidelijk beschreven en het boek verschaft inzicht in de politieke en bestuurlijke dynamiek van de VN en de wisselwerking met de internationale omgeving waarin de organisatie opereert. Annan zet in zijn memoires zorgvuldig het beeld neer van een secretaris-generaal die zich zijn carrière lang heeft ingezet voor een geloofwaardige VN, maar zich ook realiseert dat er nog veel moet veranderen, wil de VN relevant blijven in de eenentwintigste eeuw en een organisatie zijn die niet alleen staten dient, maar ‘ons, de volkeren’.