Literatuur

Kolonel Chabert

Honoré de Balzac
Athenaeum – Polak&Van Gennep, 2017
Vertaling Hans van Pinxteren

Door Jilt Jorritsma, historicus

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Kun je de geschiedenis stopzetten? Lang werd gedacht dat de voortgang van de mensheid wordt gekenmerkt door een onomkeerbare verandering in slechts één richting, de richting van verbetering. Maar het geloof in deze vooruitgang is tanende. Over de gehele westerse wereld voltrekt zich een politieke aardverschuiving van restaurateurs die een laagje van de tijd af willen schrapen, om terug te keren naar een vroegere situatie: een situatie waarin de natiestaat, economisch protectionisme, discriminatie, racisme en homofobie nog vanzelfsprekend waren. Deze ‘abandonisten van de geschiedenis’ laten zien dat het wel degelijk mogelijk is het proces stil te zetten, en de chronologie op de schop te nemen.

Een soortgelijke herrijzenis van een begraven verleden vond plaats in Frankrijk aan het begin van de negentiende eeuw, toen de Bourbon-monarchie werd gerestaureerd na de val van Napoleon. De tijd werd teruggedraaid: het was een grote, stormachtige begrafenis van alles wat deed denken aan het keizerrijk. De gevolgen van deze wraak van het verleden op het heden worden beschreven in Kolonel Chabert, een novelle uit 1832 van Honoré de Balzac die recent opnieuw is uitgegeven in een vertaling van Hans van Pinxteren.

Vanonder een dikke laag sneeuw en duizenden doden, die na de massale slachting bij het Pruisische Eylau in 1807 op een hoop waren gegooid, verschijnt het hoofd van kolonel Chabert. Meer dood dan levend schreeuwt hij om hulp. Chabert, aanvoerder van een regiment Franse cavaleristen, heeft een van de bloedigste veldslagen uit de geschiedenis onder Napoleon tot een overwinning gebracht. Chabert zelf raakt gewond, oogt dood en wordt per vergissing levend begraven. Wanneer het hem lukt uit de buik van het massagraf tevoorschijn te komen, keert hij na een lange tijd terug naar zijn geliefde vaderland. Maar het Frankrijk zoals hij het meent te kennen, bestaat niet meer.

Napoleon is uit het dagelijkse leven verdwenen. Weggewist, verbannen naar Sint-Helena. Demonarchie is hersteld. Het Frankrijk van voor de Revolutie is gerestaureerd, en de banden met het directe verleden zijn verbroken. In de novelle Kolonel Chabert beschrijft Balzac de kater van het post-Napoleontische tijdvak. Aan de hand van de kolonel, dat restant van het Napoleontische Frankrijk, toont Balzac de leegheid van de Franse maatschappij gedurende de restauratie. Voor de waarden en ideologie die Chabert nog altijd belichaamt, is in het nieuwe, kapitalistische en gebureaucratiseerde Frankrijk geen ruimte meer.

Na begraven te zijn geweest onder de doden, voelt Chabert zich nu begraven ‘onder aktes, onder feiten, onder de hele maatschappij, die mij weer onder de grond wil hebben!’ De tragedie van de veldslag verandert in de tragedie van het alledaagse.

Kolonel Chabert maakt deel uit van De menselijke komedie, Balzacs levensgrote project waarin hij al zijn werken met elkaar in verband bracht om een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de Franse samenleving in de eerste helft van de negentiende eeuw te geven. Een periode waarin het land hevige politieke, economische en sociale veranderingen onderging. Balzac trachtte een nieuw vocabulaire te ontwikkelen waarmee hij de gewaarwordingen van het moderne leven in woorden kon vangen. Door op papier vast te leggen wat hij om zich heen zag gebeuren, beschermde hij het heden tegen de stroomversnelling van de geschiedenis. Zijn boeken zijn sedimenten: samenklonteringen van ervaringen, gebruiken, toevallige incidenten, kwellingen en onderlinge relaties tussen de mensen. Een complete weergave van het menselijke hart in de tijd, een ‘geschiedenis van het heden’.

Het is een geschiedenis die, tot Balzacs grote spijt, door zovele professionele geschiedschrijvers wordt verwaarloosd en genegeerd. Zij gaan aan het ware leven voorbij door zich in hun beschrijvingen te beperken tot de veldslagen, grote gebeurtenissen en beroemde mannen die het verleden heeft gekend. De oppervlakkige buitenkant van de geschiedenis in plaats van de onverlichte diepten die daaronder schuilgaan, en die de geschiedenis werkelijk in beweging brengen. Balzac ziet voor romanschrijvers een taak weggelegd om het accent van de geschiedenis te verschuiven naar ‘de keerzijde van de geschiedenis’: datgene wat door historici veelal over het hoofd wordt gezien.

In Kolonel Chabert werkt Balzac deze methode uit. Het brandpunt van de geschiedenis wordt verschoven van de ‘historische’ dag waarop de veldslag bij Eylau plaatsvond naar de dag die erop volgde: de dag waarop Chabert onder de grond verdwijnt. Een dag waarop zijn militaire overwinningen en ambities geen enkele waarde meer blijken te hebben. Omdat zijn dood door historici is neergeschreven en daardoor tot een ‘historisch feit’ is verworden, is de kolonel aan het zicht van de geschiedschrijving onttrokken. Hij is aan de verkeerde kant van de geschiedenis beland. Zijn verhaal is enkel nog door de romancier te ontwaren.

Epische verdichtsels van heldendaden op de veldslag maken plaats voor banale en ogenschijnlijk nietszeggende beschrijvingen van een man die de zeggenschap over zijn identiteit, zijn verleden en zijn heden is kwijtgeraakt. Zijn vrouw is hij verloren aan een edelman van de Restauratie, zijn rijkdom is weggegeven. Om nog iets te kunnen betekenen in de maatschappij is hij afhankelijk van een juridisch en bureaucratisch apparaat dat de mensen van het keizerrijk het liefst uitgeroeid ziet. Chaberts streven naar herstel is doelloos.

Daarmee vertegenwoordigt hij een gehele generatie die, groot geworden met Napoleon, achterhaald is door de loop van de geschiedenis. Zij doet er beter aan het verleden te laten rusten: ‘De doden kunnen dus maar beter niet terugkeren’. Daarmee doemt een belangrijke vraag op, want wie bepaalt wat dood is en wat levend? Wie bepaalt wanneer iets tot het verleden behoort en wanneer iets hedendaags is?

Hoe ver Chabert ook weggestopt mag zijn geweest in de onverlichte diepten van het massagraf die het verleden is, zijn aanwezigheid leeft nog altijd door in het heden. Ironisch genoeg heeft de kille, onbeweeglijke, gebureaucratiseerde Franse samenleving meer weg van een geraamte waar al het leven uit is weggeslagen. Het verlies van de deugdzaamheid, van de illusies, heeft haar ten dode opgeschreven.

Er voltrekt zich een politieke aardverschuiving van restaurateurs die terug willen keren naar een vroegere situatie. Een soortgelijke wraak van het verleden op het heden wordt beschreven in Kolonel Chabert.