Geschiedenis

Kritiek van de zwarte rede

Achille Mbembe
Boom, Amsterdam, 2015

Door Jesse van Amelsvoort, student Euroculture in Groningen

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Er zijn in de hele wereld maar drie landen die niet door Europese machten of de Verenigde Staten zijn overheerst: Japan, Liberia en Thailand. Van die drie heeft Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog Thailand bezet, en werd Liberia in 1847 gesticht door uit de VS overgekomen vrije zwarten. Nu is de overheersing van het ene volk door een ander geen westerse noviteit, maar de ongekende grootte van het westerse imperialisme was dat wel. De gevolgen zien we in een schimmig woordenspel: de meeste landen zijn gedekoloniseerd, maar niet dekoloniaal, ze zijn postkoloniaal. Dat prefix ‘post’ wijst op een verbinding met het verleden.

Het is belangrijk de mondiale dekolonisatiegeschiedenis in de gedachten te houden bij het lezen van Kritiek van de zwarte rede, het nieuwe boek van Achille Mbembe. In zijn betoog komen de complicaties van het Amerikaanse en Europese imperialistische verleden duidelijk naar voren. Mbembe toont hoe onze hedendaagse wereld is gevuld met resten van Europees en Amerikaans kolonialisme, zowel materieel als immaterieel, zowel oppervlakkig als diep, zowel erkend als vergeten of weggestopt. Om actuele problemen zoals racisme en vreemdelingenhaat te begrijpen moeten we de geschiedenis in, en dan niet de geschiedenis van Europa alleen, maar die van Europa en de wereld.

Mbembe werd in 1957 geboren in Kameroen, drie jaar voordat dat land onafhankelijk werd van Frankrijk. Zijn weg naar de wetenschap verliep via Parijs, waar hij in 1989 promoveerde in de geschiedenis. Tegenwoordig is hij aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg verbonden. In 2000 verscheen De la postcolonie, het eerste deel in een ‘denkcyclus’, zoals hij het zelf noemt, waarvan Kritiek van de zwarte rede het besluit vormt.

Die denkcyclus valt binnen de academische postkoloniale stroming. Robert Young, hoogleraar in New York, omschreef de taak van postkoloniale studies in 2012 als volgt:

“[T]he issue is rather to locate the hidden rhizomes of colonialism’s historical reach, of what remains invisible, unseen, silent, or unspoken. In a sense, postcolonialism has always been about the ongoing life of residues, living remains, lingering legacies.”

Overblijfselen van kolonialisme zijn zowel in Europa en de VS als daarbuiten te vinden, en het is de taak van de postkoloniaal criticus te tonen hoe de wereld gevormd is door het koloniaal verleden en wat de sociaal-culturele gevolgen van dat verleden zijn. Zij laten bijvoorbeeld zien dat huidige universitaire disciplines uitdrukkingen zijn van misplaatst Westers superioriteitsdenken. Andere critici leggen de relatie tussen kapitalisme en imperialisme bloot, en veroordelen daarmee impliciet of expliciet het moderne politiek-economische systeem.

Mbembe valt onder die laatste categorie critici. Aan het einde van zijn boek schrijft hij: ‘De geboorte van het rassensubject, de ‘Neger’ [zonder aanhalingstekens kan ik zelf het woord niet schrijven], hangt samen met de geschiedenis van het kapitalisme. […] Het kapitalisme is een macht van vangen, grijpen en polariseren, maar om de rijkdommen van deze planeet te exploiteren heeft het altijd raciale steunmiddelen nodig gehad.’ Daarop volgt de onheilspellende zin: ‘Dat was gisteren zo en dat is vandaag de dag nog steeds zo, nu het kapitalisme zijn eigen centrum begint te koloniseren en het vooruitzicht van een vernegering van de wereld zich duidelijker dan ooit aftekent.’

Voor hij tot deze conclusie komt, brengt Mbembe de geschiedenis van de begrippen ‘ras’ en ‘Neger’ in beeld. Hij stelt dat ze verzinsels zijn, die echter zeer reële en zeer schadelijke gevolgen hebben gehad. In de Europese verbeelding gaan ‘ras’ en ‘Neger’ sinds de Atlantische slavenhandel – wapens naar Afrika, slaven naar Amerika, rijkdom naar Europa – samen. Beide begrippen verwijzen niet naar een objectieve, maar naar een discursieve, gecreëerde realiteit. God mag de aarde geschapen hebben, Europa heeft haar herschapen. Daarbij werden liberale subjecten, dat wil zeggen blanken mannen in West-Europese landen, de maatstaf van het goede. Buiten die landen ontbrak het de volkeren aan iets, iets wat werd uitgedrukt in een huidskleur en hun plaats in de wereld bepaalde.

De ‘Neger’ kon vervolgens schaamteloos worden onderworpen en uitgebuit, en ingezet om de eigen rijkdom te vergroten. De ‘Neger’ was altijd alleen een lichaam en op veilingen werden slaven op waarde geschat naar hun werkvermogen. Een denkend subject waren ze niet: alleen spieren en uithoudingsvermogen telden. Daardoor werden jonge mannen het aantrekkelijkst, want zij konden het meeste katoen plukken, goud delven, suiker oogsten. De ‘Neger’ was dus bijna niks, maar wat hij was – een sterk lichaam – vormde tegelijkertijd een eeuwig gevaar dat moest worden getemd.

Deze voorgeschiedenis maakt duidelijk dat de ‘vernegering van de wereld’ een nachtmerrie is. Mbembe stel dat het kapitalisme heeft geleid tot de vernegering van Afrika en dat neoliberaal kapitalisme kan leiden tot de vernegering van de wereld. In het neoliberaal kapitalisme verhuizen multinationals van land naar land, op zoek naar de laagste lonen, waarbij ze arbeidsomstandigheden verwaarlozen en overheden dwingen hun verzorgingsstaat te ontmantelen. Kortom, een wereld waarin burgers tegen elkaar uitgespeeld worden.

Mbembe levert felle kritiek op een geschiedenis die hij zelf nooit heeft kunnen schrijven en op Europa dat eeuwenlang buitenproportionele macht heeft gehad. Tegelijkertijd vreest hij de verwoestende, mensonterende gevolgen van de kapitalistisch-kolonialistische impuls. Zijn boek is een uiting van wat hij zelf ‘afropolitanisme’ noemt: een verkenning van de mogelijkheid en de inhoud van ‘een zwarte’ rede.

Kritiek van de zwarte rede is misschien niet altijd even toegankelijk geschreven, maar geeft wel een scherpe analyse van het moderne kapitalisme die je doet huiveren. Het vooruitzicht als figuurlijke slaaf door het leven te moeten gaan zal niemand aanspreken. Toch blijkt uit de epiloog dat Mbembe ook hoopvol is. In het aangezicht van de vernegering van de wereld, van een mondiale uitbuiting op ongekende schaal, roept hij op tot verbroedering en het overkomen van verschillen. Uiteindelijk is er maar één wereld en de hele mensheid verleent haar haar naam.