Humanisme

Ons feilbare denken

Daniel Kahneman
Business Contact, Amsterdam, 2012
Vertaling door Peter van Huizen en Jonas de Vries

Door Irene Blanken, promovenda sociale psychologie

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel
Is de mens een rationeel wezen dat elke beslissing maakt op basis van het afwegen van allerlei stabiele factoren? Niks daarvan, betoogt Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman in zijn boek Ons feilbare denken. Mensen gaan er vaak wel van uit dat er aan elke belangrijke beslissing een uitgebreide analyse van voor- en nadelen ten grondslag ligt, maar vooraanstaande theorieën uit de psychologische besliskunde wijzen uit dat bij het maken van keuzes talrijke andere invloeden een zwaarwegende rol kunnen spelen.

Een greep uit de krantenkoppen van de afgelopen maand illustreert de alledaagsheid van het maken van keuzes: ‘Kenianen kiezen nieuwe president’, ‘Artsen moeten vaker kiezen voor hartoperatie’, ‘Kiezen uit honderden banen banenbeurs’ en ‘Nederlanders kiezen massaal voor rijtjeshuis’. Bij keuzes op het gebied van de politiek en de medische wereld gaat men er vaak van uit dat deze op een rationele manier tot stand komen, terwijl veel mensen het er over eens zullen zijn dat men bij het kiezen van een baan of huis ook het gevoel een belangrijke rol moet laten spelen. Maar hoe werkt dit nou precies in de praktijk? De lezer van Ons feilbare denken zal er achter komen dat mensen weinig inzicht hebben in de manier waarop dit soort keuzes tot stand komt. In zijn boek tracht Kahneman de lezer kennis bij te brengen over de factoren die een grote rol spelen bij het maken van zowel belangrijke als triviale keuzes. Daarbij benadrukt hij ook wat er bij het maken van een keuze zoal mis kan gaan.

In zijn eerdere werk heeft Kahneman al laten zien dat de prospecttheorie, ontwikkeld door hemzelf en Amos Tversky, een belangrijk alternatief is voor de klassieke utiliteitstheorie bij het maken van keuzes. In Ons feilbare denken wordt verder ingegaan op de vraag waarom mensen zich niet altijd volgens rationele maatstaven gedragen. Hierbij maakt Kahneman onderscheid tussen systeem 1, bestaande uit intuïtieve automatische reflexen, en systeem 2, bestaande uit bewuste aandacht voor mentale inspanningen die worden verricht. Volgens Kahneman voelen mensen zich vooral aangetrokken tot het bewuste en rationele systeem 2. Hij omschrijft echter het automatische systeem 1 als de held van zijn verhaal. Dit onderscheid tussen systeem 1 en systeem 2 fungeert als leidraad door het gehele boek.

Middels talloze gedragsexperimenten die Kahneman en zijn collega’s in het veld van de psychologische besliskunde uitvoerden, wordt geïllustreerd hoe systeem 1 er continu voor zorgt dat de mens geen rationele kiezer bij uitstek is. Gedurende het lezen van het boek wordt de lezer regelmatig zelf onderworpen aan eenvoudige keuzedilemma’s. Hiermee raakt hij er op een simpele maar elegante manier van overtuigd dat een grote variëteit aan keuzes op minder calculerende basis wordt gemaakt dan gedacht.

Door na te denken over simpele vraagstukken als ‘hoeveel dieren nam Mozes van elke diersoort mee in de ark?’ betrapt de lezer zich er wellicht op dat hij heel selectief omgaat met informatie. Systeem 2 is hier zodanig bezig met het formuleren van een antwoord op deze vraag dat men zich veelal niet realiseert dat het niet Mozes, maar Noach was die in het bijbelverhaal de ark heeft gebouwd. In dit geval creëert de vraag een bijbelse context en koppelt systeem 1 het woord ‘Mozes’ automatisch aan deze context zonder dat systeem 2 inziet dat dit niet juist is.

Andere vraagstukken die aan de hand van beide systemen worden benaderd, luiden: ‘Wanneer men naar de statistieken kijkt, kan men zien dat ruim één op de drie huwelijken geen stand houdt. Op hun trouwdag weten de bruid en de bruidegom dus dat er een hoog percentage echtscheidingen is. Waarom zullen zij nooit geloven dat dit percentage op hen van toepassing is?’ Of: ‘ Hoe kan het dat mensen eerder gerust worden gesteld door de uitspraak “de kans op overleven na deze chirurgische ingreep is 90%” dan de uitspraak “de kans op overlijden na deze chirurgische ingreep is 10%”?’

Naast deze vraagstukken worden in dit boek ook directe invloeden van beide systemen op belangrijke keuzes in de praktijk beschreven. Zo beschrijft Kahneman een onderzoek waarbij rechters moesten kijken of aanvragen voor vervroegde vrijlating in aanmerking kwamen voor goedkeuring. Normaliter werd slechts een derde van deze aanvragen goedgekeurd. Dit onderzoek wees uit dat rechters die zojuist een snack hadden verorberd, eerder geneigd zijn aanvragen voor vervroegde vrijlating goed te keuren. Rechters die niet recentelijk hadden gesnackt en daarom mentaal in een meer vermoeide staat verkeerden, waren eerder geneigd op hun intuïtieve reactie vanuit systeem 1 terug te vallen en daarom de aanvraag tot vervroegde vrijlating af te wijzen. Kortom, mentale vermoeidheid kan leiden tot uitputting van het rationele systeem 2.

Kahneman navigeert de lezer dus feilloos door zijn boek door hem aan vraagstukken te onderwerpen die de wisselwerking tussen de intuïtie en de ratio duidelijk illustreren. Een vereiste bij het lezen van dit boek is dan ook dat de lezer zijn aandacht er goed bij houdt.

Dit boek zou verplichte literatuur moeten zijn voor directeuren, beleidsmakers, politici en andere belangrijke figuren die verantwoordelijk zijn voor het nemen van beslissingen met verstrekkende gevolgen. Echter, ook voor de reguliere kiezer kan dit boek veel opleveren. Wie Ons feilbare denken leest, wordt op een speelse manier uitgedaagd goed na te denken over de rol die irrationaliteit speelt bij het maken van beslissingen en wordt behoed voor de fouten die op de loer liggen bij het maken van belangrijke keuzes. Kortom, dit boek fungeert als een buitenkans om aan de hand genomen te worden door de grote expert in de wereld van de besliskunde en is een uitstekende gelegenheid om het rationele gedoe even te laten voor wat het is.