Samenleving

Samen

Een pleidooi voor samenwerken en solidariteit

Richard Sennett
Meulenhoff, Amsterdam, 2016

Door Toske Andreoli, masterstudent filosofie

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Sinds het begin van dit millennium zie je een wonderlijk soort koffietenten opduiken in steden. Ze lijken niet op de bekende bruine cafés of de uit rood fluweel opgetrokken grandcafés in Midden-Europa. In ruime, lichte zaken als Coffee Company zit je niet aan de bar, maar in de etalage. Er zitten jonge mensen individueel te werken achter hun meegebrachte laptops. De koffietenten functioneren niet, zoals cafés dat doen, als ontmoetingsplaats. Het zijn werkplekken waar je weliswaar niet samenwerkt, maar ook niet helemaal alleen en onopgemerkt blijft.

Deze koffietenten zijn het resultaat van twee maatschappelijke ontwikkelingen: flexibilisering van arbeid en de komst van het internet. De jonge zzp’ers die er zitten, hebben geen vaste werkplek of vast arbeidsverband, en het internet maakt het mogelijk overal te werken. In Samen (2016) stelt arbeids- en stadssocioloog Richard Sennett dat we door beide ontwikkelingen het vermogen tot samenwerken zijn verloren, en stelt hij voor hoe we het weer kunnen leren.

Sennett ziet het samenwerkingsvermogen als iets waarmee de mens is behept, maar waarvan de huidige samenleving de voorwaarden frustreert. Economische ongelijkheid is een voorbeeld van zo’n belemmering. Volgens Sennett is de sociaal-economische segregatie in de Westerse samenlevingen compleet: we blijven allemaal in ons eigen sociale milieu hangen en komen nauwelijks in aanraking met mensen die andere overtuigingen en financiële middelen hebben. Dit tribalisme kent solidariteit met de mensen die op je lijken, maar zorgt ook voor agressie jegens degenen die van je verschillen. Deze wij-tegen-zij-scheidslijn is een samenwerking die tot samenspanning is verworden.

Meer dan managerstaal
Sennett kan putten uit decennia onderzoekservaring als socioloog. Hij observeerde en interviewde uiteenlopende beroepsgroepen, zoals fabrieksarbeiders in Boston in de jaren zeventig voor The Hidden Injuries of Class (1972)en bankmedewerkers rond de eeuwwisseling voor De flexibele mens (1998). Sennett geeft in zijn werk een ‘filosofie van het alledaagse’ en toont in ieder boek de persoonlijke gevolgen van de manier waarop we arbeid binnen onze samenleving organiseren. Mensen zoeken stabiliteit, eigenwaarde en een maatschappelijke positie in hun werk – woorden die je niet in arbeidscontracten terugvindt, maar die cruciaal zijn voor het vormen van een levensverhaal. Werk gaf mensen in de wederopbouwjaren ‘narratieve beweging’, zoals Sennett dat in De cultuur van het nieuwe kapitalisme (2007) noemde; de indruk dat gebeurtenissen in de tijd samenhangen, dat ervaring accumuleert.

Met Samen voegde Sennett het voormalig kantoorpersoneel van Lehman Brothers aan zijn reeks beroepsgroepen toe. Hij trof gedesillusioneerde mensen die achteraf concluderen dat ze een verbindend element misten in hun werk. Volgens Sennett was de sociale driehoek van autoriteit, vertrouwen en samenwerking bij de bank dan ook zwak. Door de vaak wisselende teams en projecten kenden collega’s elkaar niet goed, en toen de crisis uitbrak, wist niemand wat hij aan een ander had. Veel directeuren op Wall Street probeerden niet hun bedrijf te redden maar maakten dat ze wegkwamen. Personeel werd daarbij per e-mail ontslagen.

Een voorbeeld van een sterke sociale driehoek zag Sennett bij de eerdergenoemde fabrieksarbeiders in de vroege jaren zeventig. Werken in de fabriek deed men niet op projectbasis; fabriekswerk was voor langere tijd. Tijdens een crisis bleken de medewerkers goed samen te kunnen werken, omdat ze de werkomstandigheden en hun collega’s door en door kenden. Ze aanvaardden het gezag van hun leidinggevende, niet omdat hij dit afdwong maar omdat hij het verdiende door het nemen en ook geven van verantwoordelijkheid.

Maar hebben hedendaagse managers niet allemaal de mond vol van teamwork? Voor Sennett is dit slechts een holle term. Werkgevers hebben de ideale werknemer naar de consultant gemodelleerd: iemand die op veel plaatsen inzetbaar is en maar kort blijft. Inhoudelijke vaardigheden en sociaal kapitaal delven het onderspit. Teamwork valt onder de vaardigheden die nodig zijn om met iedereen om te kunnen gaan, maar het levert geen bestendige sociale banden op.

Guanxi en sprezzatura: de sleutel tot samenwerking
De komst van het internet heeft volgens Sennett voor een sociale ontwrichting gezorgd die vergelijkbaar is met de Protestantse Reformatie. Samenwerking is vaak een kwestie van decennia- of eeuwenlang opgebouwde rituelen. Het individualisme van de Reformatie verstoorde de samenwerkingsverbanden in de katholieke kerk en het duurde lang voordat men het samenwerken opnieuw had uitgevonden. Het internet heeft op eenzelfde manier onze gewoontes overhoop gehaald. Er bestaan wel samenwerkingsapps en -websites, maar die zorgen eerder voor dialectisch dan dialogisch contact. Toen Sennett bijvoorbeeld met een onderzoeksgroep de samenwerkingsapp Google Wave gebruikte, bleek die gericht op het snel uitkristalliseren van belang en tegenstellingen. Ogenschijnlijk irrelevante opmerkingen verdwenen snel naar de achtergrond.

Toch denkt Sennett dat er nieuwe samenwerkingsrituelen kunnen en zullen ontstaan. Hij put daarvoor uit een schier oneindige lijst van inspiratiebronnen uit andere tijden en culturen. Zo komt het Chinese duurzame sociale verband guanxi voorbij, waarbij men zelfs intergenerationele solidariteit voelt, en het zestiende-eeuwse begrip civility, die de hoffelijke wellevende bodem is voor een goede dialoog, waarbij men observeert, luistert en voorzichtig oppert. Van de Italiaansesprezzatura, een lichtvoetige charme, kunnen we leren hoe indirecte communicatie betere sociale effecten sorteert en spanningen vermindert.

De crux van samenwerking blijkt in die lichtvoetige indirectheid te liggen, vermengd met empathie in plaats van sympathie. Zo prijst Sennett Jane Schwarz, een New Yorkse arbeidsconsulente die − in tegenstelling tot haar collega’s − afstand bewaart tot de sores van haar langdurig werkloze cliënten. Schwarz treurt niet mee met haar klanten, maar probeert hun blik weer naar buiten te laten keren. Door haar cliënten te laten lachen vermindert ze hoogopgelopen spanning. Uit schaamte over hun werkloosheid trekken velen zich terug en richten ze zich meer en meer op het onvolkomen zelf. De introspectie die de collega’s van Schwarz aanmoedigen, werkt dus eerder averechts. Langdurig werklozen blijken juist het meest geholpen als de isolatie die werkloosheid met zich meebrengt wordt doorbroken. Sennett: ‘De taakstelling is om in contact te blijven met anderen, hoe verschrikkelijk de betrokkenen zich vanbinnen ook voelen’.

Voor ervaren Sennett-lezers zal Samen niets nieuws zijn. Net als in zijn eerdere boeken laat Sennett op zijn kenmerkend meanderende wijze de sociale finesses van talloze samenlevingen en samenwerkingsverbanden zien. Samen is geen lineair gestructureerd academisch betoog, maar een gemoedelijke ontmoeting met een zachtmoedige, belezen man die overloopt van de treffende anekdotes. Het verhaal kan wat wijdlopig worden en sommigen zullen daarom misschien afhaken. Dat zou zonde zijn, want wie doorleest, en desnoods af en toe wat doorbladert, wordt getrakteerd op heel relevante inzichten over actuele thema’s als ressentiment en segregatie. Zo is ook bij het lezen enig sprezzatura het devies.