Biografie

Simone de Beauvoir. Een leven

Kate Kirkpatrick
vertaald door Karl van Klaveren, Indra Nathoe en Michel Meynen
Ten Have, 2020

Bestel dit boek via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel

 

Door Zahra Runderkamp, promovenda politicologie

Op tour in Amerika in de jaren ’40 geeft Simone de Beauvoir een reeks lezingen met als thema ‘De ethische problemen van de naoorlogse schrijver’. In een van deze lezingen behandelt ze de vraag: waarom hebben vrouwen minder literair succes gehad dan mannen? Natuurlijk, benadrukt De Beauvoir, heeft het gebrek aan vrouwelijk succes niets te maken met een ‘inherent gebrek aan bekwaamheid’, maar: ‘Eeuwenlang hebben mannen, en dan ook alleen mannen, de wereld gevormd waarin wij leven. Dat wil zeggen dat deze wereld hun toebehoort. Vrouwen hebben er hun plaats in, maar zijn daar niet thuis.’

In Simone de Beauvoir. Een leven van Kate Kirkpatrick staat de vraag centraal hoe De Beauvoir heeft kunnen worden wie ze werd in deze mannenwereld. Kirkpatrick had daarbij toegang tot archieven en correspondentie die eerder gesloten bleven. Het resultaat is een biografie waarin De Beauvoir springlevend naar voren komt.

Leven in een mannenwereld
Om de uitspraken van De Beauvoir in de juiste context te kunnen plaatsen, schetst Kirkpatrick de positieve politieke en sociale ontwikkelingen uit de tijd van De Beauvoir: de recente invoering van het stemrecht voor vrouwen in Frankrijk, verbeterde toegang tot onderwijs, en gelijkere kansen op de arbeidsmarkt. De eerste veranderingen ten gunste van de vrouw waren ingezet.

Maar wat ook meteen opvalt, is de actualiteit van deze kwesties en de analyse van De Beauvoir. In 2020 zijn het nog steeds grotendeels mannen die wereldwijd de dienst uitmaken in de politiek en het bedrijfsleven. Het is bijvoorbeeld nog altijd wachten op de eerste vrouwelijke minister-president in Nederland. Ook de man-vrouwbalans onder bijvoorbeeld wethouders, burgemeesters en in de Tweede Kamer laat te wensen over. De trend lijkt gunstig, maar uit recente cijfers blijkt dat het aantal vrouwen in het openbaar bestuur in Nederland vooralsnog maar krap 35% procent is.

Als gevolg van de eerste positieve ontwikkelingen, schrijft Kirkpatrick, zochten vrouwen steeds meer naar ‘een verdieping van hun innerlijke kennis van zichzelf’, waarbij ze zich tot de filosofie wendden. Toch bleef er volgens De Beauvoir nog veel te winnen. Omdat vrouwelijkheid zo vaak gepaard ging met bescheidenheid, ontbrak het vrouwen aan moed en waren ze bang voor de gevolgen als ze moed vatten.

Er wordt ook tegenwoordig nog gespeculeerd over de rol die bescheidenheid speelt bij de instroom van vrouwen in de politiek, maar ook bijvoorbeeld in de zichtbaarheid van vrouwen in de media. Ouderwetse verwachtingen over het gedrag van vrouwen spelen daarbij ongetwijfeld ook een rol. In de reeks ‘Zij in de politiek’ laat Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, aan de hand van interviews met vrouwelijke politici zien dat bescheidenheid en twijfel aan eigen capaciteiten voor vrouwen inderdaad vaak een barrière zijn om de politiek in te gaan.

Later in het boek bespreekt Kirkpatrick het schrijfproces van De tweede sekse en de interessante receptiegeschiedenis. De Beauvoir vraagt zich tijdens het schrijven van haar uiteindelijk meest bekende werk af waarom vrouwen nog steeds achtergesteld zijn: ‘Ze wilde vrijheid voor vrouwen,’ schrijft Kirkpatrick, ‘er leken maar twee redenen te kunnen zijn waarom vrouwen dat niet hadden: omdat ze onderdrukt werden, of omdat ze ervoor kozen om niet vrij te zijn.’

We zouden kunnen zeggen dat er ‘met de kennis van nu’ meer redenen zijn om te vrezen voor dat eerste. In 2018 nog lieten politicologen bijvoorbeeld zien dat er ook actieve weerstand is tegen het streven voor meer gendergelijkheid. In het artikel ‘Power struggles: gender equality in political representation’ laten de auteurs zien dat er vaak actief wordt gekozen om aan de status quo vast te houden – en daarmee wordt verandering moeilijker. Hoe bewerkstellingen we verandering dan wél?

Feminisme is ook een mannenzaak
In 1966 reist De Beauvoir naar Japan voor wederom een lezingenreeks, dit keer over ‘De situatie van vrouwen vandaag’. Ze stelt daarin onder andere dat feminisme verre van achterhaald is en dat feminisme ‘een zaak [is] die mannen en vrouwen gemeen hebben. Mannen zullen alleen dan komen te leven in een meer rechtvaardige en beter georganiseerde wereld, in een meer fatsoenlijke wereld, als vrouwen een rechtvaardiger en fatsoenlijker status hebben. Het verwerven van gelijkheid tussen de seksen is in het belang van beide seksen.’

Ook op dit punt wordt De Beauvoirs analyse ondersteund door recent onderzoek. Diversiteit heeft een positief effect op besluitvorming. Dit geldt zowel op theoretisch niveau – gelijkheid is een voorwaarde van elke democratie – als op meer praktisch niveau voor het functioneren van de democratie – zoals sociale cohesie, vertrouwen in de politiek en de acceptatie van verkiezingsuitslagen. Daarnaast weten we dat politici met verschillende achtergronden standpunten inbrengen die anders over het hoofd worden gezien – zie ‘De tweede sekse in politiek en openbaar bestuur’ voor een verdere uiteenzetting.

Theoretisch, praktisch en inhoudelijk moet de vertegenwoordiging van vrouwen dus óók een zaak zijn van mannen. De Beauvoir sprak in deze lezingenreeks de hoop uit dat De tweede sekse uit de tijd zou raken. Daar zijn we in 2020 nog niet. Hoewel het soms ook somber stemt dat deze vraagstukken zoveel jaren later nog spelen en De tweede sekse nog niet uit de tijd is geraakt, blijft van de biografie van Kirkpatrick vooral bij dat De Beauvoir bijzonder vooruitstrevend was en dat haar ideeën in onze tijd nog altijd resoneren.