Filosofie

The Immortalization Commission

Science and the Strange Quest to Cheat Death

John Gray
Allen Lane, Londen, 2011

Door Frans Jacobs, Hoogleraar Wijsgerige Ethiek (UVA)

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel
Na de dood van Lenin kreeg een commissie de opdracht een passende rustplaats voor hem te scheppen. Na drie dagen kwam er een taak bij: ze moesten er ook voor zorgen dat zijn lijk zou worden geconserveerd. De opdrachtgevers waren immers de overtuiging toegedaan dat de wetenschap er ooit in zou slagen Lenin weer tot leven te wekken. Voor filosoof John Gray heeft deze Immortalization Commission een hoog symbolisch gehalte. Zij laat zien dat wetenschap en occultisme vaak met elkaar samengaan, vooral bij pogingen de dood te overwinnen.

In het eerste hoofdstuk van zijn nieuwste werk, The Immortalization Commission, voert hij tal van respectabele filosofen en wetenschapsmensen uit het Victoriaanse tijdperk ten tonele, die wetenschappelijk trachtten te bewijzen dat de doden soms contact zoeken met de levenden. Onderzoek van cross-correspondences had die inzet: als kon worden aangetoond dat mediums geheel los van elkaar flarden van boodschappen van een overledene doorgaven, die alleen door ze als een puzzel in elkaar te schuiven, hun boodschap openbaarden, zou het bewijs zijn geleverd van een leven na de dood. Die overledenen, inmiddels natuurlijk tot een hoger niveau van mens-zijn opgeklommen, zouden dan bovendien boodschappen doorgeven die heel heilzaam zouden zijn voor de mensheid. Gray laat in dit fascinerende en ook vermakelijke hoofdstuk zien hoe al dit zwoegen op niets is uitgelopen. De enorme massas aan verslagen van die séances bleven uiteraard voor velerlei uitleg vatbaar, waarvan de eenvoudigste nog was dat die mediums met elkaar samenspanden en de boel flesten.

Waarom al die verwoede pogingen om de dood te overwinnen? Gray geeft er graag psychologische verklaringen voor. Fraai haalt hij daartoe het voorbeeld van Frederick Myers (1843-1901) aan, die na zijn dood in veel séances tevoorschijn werd getoverd, nadat hij zelf tijdens zijn leven veelvuldig zulke experimenten had opgezet. Maar wat hij in zijn zoektocht naar zijn geliefde Annie (die in 1876 zelfmoord pleegde) aantrof, was niet zij, maar zijn eigen subliminale bewustzijn, dat maar niet van haar kon loskomen. Gray suggereert zelfs dat Myers nooit iets met Annie heeft gehad; die séances waarin hij haar tot leven wilde roepen, dienden er slechts toe om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat hij toch echt erg veel van haar had gehouden.

Nadat Gray in dat eerste hoofdstuk de lezer heeft laten gniffelen over de occulte kant van niet alleen Myers, maar bijvoorbeeld ook de beroemde filosoof Sidgwick, is het in het tweede hoofdstuk spoedig gedaan met de pret. Wie gelooft in de mogelijkheid dat de dood overwonnen kan worden, kan ook geloven in de mogelijkheid dat de dood van velen een nuttige bijdrage levert aan het vervolmaken van de mensheid (al vind ik dit door Gray zo gelegde verband niet geheel inzichtelijk). Gray komt dan met een ijzingwekkend relaas van de slachtpartijen die Lenin, Stalin en consorten hebben aangericht, met vele miljoenen doden als gevolg. Hij verklaart de terreur niet als een betreurenswaardig bijproduct van de strijd tegen de contrarevolutionairen. De bolsjewieken verwelkomden de contrarevolutie: die bood hun de gelegenheid af te rekenen met de vele lelijke, domme en waardeloze mensen die de vooruitgang der mensheid in de weg stonden. Gray vat het bolsjewisme op als een vorm van gnosticisme: de strijd tegen het kwaad zal leiden tot het goede, tot een volmaakte mensheid in een door de wetenschap ontraadselde en beheerste wereld.

In het derde en laatste hoofdstuk, Sweet Mortality, poneert Gray stellingen die hij ook in andere publicaties uitdraagt en dan met name de stelling dat het geloof in de vooruitgang van de mensheid door middel van wetenschap een mythe is, een verhaal dat we onszelf vertellen om ons gerust te stellen. Maar we leven in een fundamenteel chaotische wereld, waarvan we de samenhang nooit kunnen kennen. We moeten dan niet denken dat wetenschap onwankelbare natuurwetten opspoort, die we naar onze hand kunnen zetten; dat is een occult geloof. Wie denkt dat de wetenschap de problemen wel zal oplossen die zij zelf heeft opgeroepen (zoals vervuiling en klimaatverandering), zal tot zijn schrik ontdekken dat inmiddels weer nieuwe problemen de kop opsteken, die ten slotte onoplosbaar zullen blijken. Dan gaat de mensheid eraan. Het meest destructieve dier dat de evolutie heeft voortgebracht, zal zichzelf vernietigen.

Dat beschouwt Gray niet als een sombere boodschap, al heeft de situatie voor hem wel iets absurds: het evolutieproces heeft een dier voortgebracht dat zich daarboven meent te kunnen verheffen, maar het zal ten slotte zijn leefmilieu en dus zichzelf vernietigen. Dat de gedachte aan sterfelijkheid zoet is, demonstreert Gray bijvoorbeeld als volgt: stel, je hebt je laten invriezen, in wat voor wereld word je dan straks wakker? Niet de wereld waarin je je thuis voelde en waar je welkom was bij je geliefden.

The Immortalization Commossion is al met al een meeslepend boek, ook omdat Gray vaak eerder suggereert dan dat hij argumenteert. De lezer krijgt alle vrijheid om er het zijne van te denken.