Politiek

Turbulent and Mighty Continent

What Future for Europe?

Anthony Giddens
Polity, Cambridge en Malden, MA, 2013

Door Pepijn Corduwener, universitair docent en promovendus politieke geschiedenis, Universiteit Utrecht

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Weinig is de afgelopen jaren zo sterk gepolitiseerd en gepolariseerd als het debat over de toekomst van de Europese Unie. Dit debat verloopt al tijden volgens voorspelbare lijnen: voorstanders van de integratie proberen met ‘nooit meer oorlog’ of ‘economische noodzakelijkheid’ het argument van tegenstanders over ‘de aanval op de natiestaat’ te weerleggen. Anthony Giddens probeert hieraan een einde te maken met Turbulent and Mighty Continent: What Future for Europe?, een intelligente en toegankelijke interventie die het debat verbreedt tot meer dan de euro en immigranten.

Turbulent and Mighty Continent is een uitgesproken en moedig pro-Europees essay over een Europa dat door de eurocrisis niet ziet welke andere problemen zich voor het continent aandienen. Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat er juist een Brit nodig is om het pro-Europese kamp van intellectuele munitie te voorzien. Maar Giddens plaatst zich met het boek – en diens titel – in een Britse traditie die teruggaat op Churchills speech uit 1946, waarin hij pleitte voor een United States of Europe. Waar Churchill deze nog zonder Groot-Brittannië zag, gelooft Giddens dat de Britten beter af zijn ‘inside looking out, than ouside looking in’. Voorwaarde hiervoor is wel dat de EU drastisch hervormd wordt. De economische crisis is namelijk vooral een teken van structurele problemen en presenteert in die zin een kans, nee zelfs een noodzaak, de bevoegdheden van de EU op alle beleidsterreinen te vergroten. Een Verenigde Staten van Europa is daarom ook de richting waarin de EU zich moet bewegen.

Het openingshoofdstuk ‘The EU as a Community of Fate’ zet uiteen hoe dit volgens Giddens georganiseerd moet worden. Ten eerste omhelst dit Europa een idee van ‘lean federalism’, met een gekozen Europese president, een Europese Raad die wordt omgevormd tot Europese Senaat en een Europees parlement met verregaande bevoegdheden. Tegelijkertijd zouden onderwijs, zorg en sociale voorzieningen juist de verantwoordelijkheid moeten blijven van de afzonderlijke lidstaten. Deze duidelijke afbakening van bevoegdheden en een machtiger supranationaal leiderschap, versterken zo ook het democratisch karakter van de EU. Dit zou er toe moeten leiden dat burgers nauw betrokken raken bij het proces van democratische hervorming, van onderaf georganiseerd. Engels moet hiertoe tot ‘Europese taal’ worden bevorderd om ‘het gebrek aan een publieke sfeer’ – in de woorden van Jürgen Habermas – te ondervangen. Verder gelooft Giddens in vormen van digitale democratie, die niet alleen de transparantie vergroten, maar ook een brug kunnen vormen tussen kiezers en gekozenen.

Een dergelijke EU kan de problemen waar de afzonderlijke Europese staten mee geconfronteerd worden wel aan – op een legitieme manier. Het biedt allereerst een oplossing voor het democratisch tekort, dat in de ogen van Giddens vooral te wijten is aan de ondoorzichtige beslissingen die genomen worden door de zogenaamde ‘EU2’: het handjevol regeringsleiders dat achter de schermen de lakens uitdeelt, Merkel voorop. Het biedt bovendien een effectieve manier om vijf grote problemen aan te pakken waar Europa voor staat: de toekomst van de verzorgingsstaat, klimaatverandering, immigratie, de eurocrisis en defensie- en veiligheidsbeleid.

Deze vijf thema’s structureren het boek en geven richting aan Giddens betoog. Het probleem wordt telkens eerst geagendeerd met nationale voorbeelden. Vervolgens worden eurosceptici, conservatieven en populisten bekritiseerd, waarna Giddens het wetenschappelijke debat bespreekt eventueel ondersteund met grafieken en tabellen. Dit alles geeft hem de kans om een richting aan te geven waarin de oplossing gevonden moet worden. Een verhelderend voorbeeld is het hoofdstuk over immigratie en integratie. Giddens gaat allereerst in op de hoofddoekjesproblematiek in Frankrijk, vervolgens op het minderhedenbeleid in Nederland en dan op het stof dat Sarrazins Deutschland schafft sich ab deed opwaaien. Daarna bepleit hij aan de hand van de Canadese filosoof Charles Taylor en de Brit David Goodhart wat multiculturalisme zou moeten zijn en hoe Europese waarden kunnen samengaan met integratie. Hij creëert zo een discursieve ruimte, waarin verschillende betogen over de invulling van Europese waarden naast elkaar kunnen bestaan.

Dit voorbeeld laat zowel de kracht als de zwakte van Giddens’ werk zien. Giddens staat bekend als een utopisch realist. Hoe goed onderbouwd, gefundeerd en retorisch sterk zijn pleidooi ook is, het blijft de vraag of het werk in zijn opzet slaagt: burgers betrokken laten voelen bij het Europese project om een progressief, tolerant en verbonden Europa aan de man brengen. Aan zijn schrijfstijl zal het niet liggen. Giddens schrijft niet alleen met gezag, maar ook met schwung en hij schuwt de oneliners niet: tegen de critici van het verlies van staatssoevereiniteit aan Brussel zegt hij bijvoorbeeld simpelweg: ‘You cannot surrender something that you have largely lost anyway’.

Het licht ook niet aan de wetenschappelijke onderbouwing of zijn eruditie. Uiteindelijk is vooral het feit dat Giddens meer utopist dan realist blijkt te zijn, debet aan de tegenstrijdigheden in het boek. Het lijkt nogal bevoogdend om enerzijds het woord aan de burgers te willen geven in het Europese project, maar anderzijds voor te schrijven hoe hun antwoord zou moeten zijn. Ook rijzen er twijfels over het doel van deze hervormingen van de EU. Voor Churchill was dit bijna zeven decennia terug dat gewone mensen wederom van de simpele geneugten van het leven kunnen genieten. Maar waar Giddens Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk nostalgie voor verloren koloniale grandeur verwijt, gaat het redden van het Europese project voor hem in belangrijke mate om de ‘zoektocht naar relevantie’ voor het oude continent – waardoor Europa een mondiale speler kan worden op het gebied van defensie, economie en de politiek.

Hoewel Mighty and Turbulent Continent daarom met zijn pleidooi voor meer democratie en samenwerking wellicht niet de meest originele bijdrage aan het debat over de toekomst van Europe levert, is het wel zeker een van de meest intelligente. Het is prijzenswaardig dat een wetenschapper van de statuur van Giddens, een van de meest vooraanstaande sociologen sinds de Tweede Wereldoorlog, het publiek debat aangaat met een gewaagd en dapper essay waarin hij pleit voor een federaal Europa. Waar hij eerder de ideologische grondslag legde voor de sociaaldemocratische ‘Derde Weg’ van de jaren negentig, probeert hij nu hetzelfde te doen voor de EU. De belangrijkste bijdrage van zijn boek is echter niet het pleidooi voor meer integratie, maar de herinnering aan het feit dat de eurocrisis slechts een van de uitdagingen is waar Europa voor staat – en in de gedachte dat onderbouwde vergezichten, niet makkelijke antwoorden, het begin van een oplossing vormen.