Politiek

Van welk Europa houden wij?

Verhoudingen binnen een nieuwe beschaving

Dick Pels
Cossee, Amsterdam, 2015

Door Thomas Heij, redacteur Nexus

Met de aanhoudende vrees voor een Grexit en een referendum op komst over een mogelijke Brexit lijkt Europa niet bepaald populair in haar lidstaten. Dat komt doordat we een verkeerd beeld van Europa hebben, namelijk dat van een Brusselse bureaucratie of een verenigde markt. En zoals Jacques Delors ooit zei: “You don’t fall in love with the common market.” Maar wat moet Europa dan wel zijn, kan Europa ons hart nog sneller laten kloppen?

Van welk Europa houden wij? is een vraag die eigenlijk alleen in de titel gesteld wordt. In het essay houdt Dick Pels, GroenLinks-coryfee en oud-directeur van De Helling, een bevlogen en krachtig pleidooi voor Europa. Pels laat de oude Europese droom weer tot de verbeelding spreken en snoert eurosceptici de mond.

Politiek van het hart
Als je Europa ziet als een gedeelde cultuur, houdt zelfs de grootste euroscepticus wel van Europa. We eten Europees voedsel, luisteren Europese muziek, dragen Europese kledingmerken en rijden in Europese auto’s. We zijn allemaal Europeaan omdat we een cultuur delen in zowel voetbal, kleding en popmuziek, als in literatuur, filosofie en kunst. De Europese cultuur zit nu eenmaal in ons, we hebben het alleen niet altijd door.

Als je Europa ziet als een politiek project, houdt de liefde gauw op. Maar het politieke Europa heeft zijn bestaansrecht niet verloren. Het sterkste argument voor Europese eenwording was ‘nooit meer oorlog’. De noodzaak werd direct na de Tweede Wereldoorlog door iedereen gevoeld, maar werd langzaam maar zeker vanzelfsprekend. Pas door de militaire conflicten in Oekraïne wordt het belang van de Europese vrede voor de generaties van na de oorlog langzaam duidelijk.

Het gebrek aan waardering voor het politieke Europa komt deels door de huidige regering. De VVD en de PvdA falen in het enthousiasmeren voor Europa omdat ze het project te pragmatisch invullen. Als Europa onze harten moet veroveren, dan moet er ook een ‘politiek van het hart’ zijn. Zo’n politiek van het hart werkt als volgt: kiezers vallen eerst voor emoties, dan voor personen en dan voor rationele argumenten.

Anti-Europeanen
Pro-Europeanen schuwen emoties, terwijl die al jaren succesvol worden uitgebuit door populistische eurosceptici. Zowel in Nederland – Wilders – als in andere Europese landen – Le Pen, Farage, Orbán en De Winter – zijn anti-Europeanen populair en hun succes is meer gebleken dan een hype. Paradoxaal genoeg zijn de anti-Europeanen de afgelopen jaren uitgegroeid tot de bekendste Europolitici. Eurosceptici zijn internationaler en Europeser dan ze zelf zouden willen.

Toch moeten we de Europese eurosceptici niet over één kam scheren. De vrees dat het fascisme overal in Europa de kop opsteekt vindt Pels ongegrond. Maar hij stelt dat het evengoed verkeerd is de ogen te sluiten voor overeenkomsten in stijl en inhoud tussen bijvoorbeeld Gouden Dagenraad of Jobbik en het fascisme van de jaren dertig. Naast een populistische stijl en haat tegen Europa, delen ze overigens ook een bewondering voor Poetin.

Sociaal-individualisme
De neopopulistische partijen in Europa beroepen zich allemaal op het begrip ‘vrijheid’ – de Partij Voor de Vrijheid natuurlijk het meest expliciet. Pels noemt dat ‘nationaal-individualisme’: de eigen natie en het eigen individu moeten zo vrij mogelijk zijn. Naties en burgers weten zelf het best wat goed voor hen is, en vrijheid betekent dat je alles mag zeggen.

Daartegenover stelt Pels een gematigde, Europese vrijheid. Die Europese vrijheid houdt in dat iedereen gelijke materiële, politieke en culturele kansen krijgt, maar zonder daarbij anderen te schaden. Om zoveel mogelijk gelijke kansen voor zoveel mogelijk mensen te scheppen, moet individuele vrijheid soms beperkt worden – de vrijheid van extreem machtigen en rijken bijvoorbeeld. Over de norm moet permanent gedebatteerd worden.

Wat Pels hier betoogt is dat het harde, ontspoorde Amerikaanse neoliberalisme in Europa verzacht moet blijven. Zijn Europese droom is een samenleving waarin we voor de ander zorgen; waarin we niet krampachtig vasthouden aan gratis identiteiten zoals etniciteit of nationaliteit; waarin er meer sociale gelijkheid is en minder sociale angst.

Europese democratie
Behalve nationaal-individualistisch zijn de rechtse populisten volgens Pels ook ‘nationaal-democratisch’. Buiten de landsgrenzen kan nooit een echte democratie bestaan. Maar ook op links (bijvoorbeeld bij Cuperus, Plasterk en Marijnissen) is er scepsis over de Europese democratie. Zowel rechtse als linkse eurosceptici stellen dat er geen Europese ‘demos’, een Europees volk met Europese burgers is, omdat de culturen daarvoor te veel verschillen en er geen homogene gemeenschap is.

De Poolse historicus en Buitenlandminister Bronisław Geremek heeft hierover een mooie uitspraak gedaan: “We hebben Europa gemaakt, nu moeten we nog Europeanen maken.” Duitsland of Italië zijn ook eerst politiek verenigd, en pas daarna voelde men zich Duitser of Italiaan.

Hoewel Pels zich bij Geremek lijkt aan te sluiten, oppert hij nog een andere oplossing. Hij maakt onderscheid tussen de populistische en de pluralistische opvatting van democratie. De eerste vloeit voort uit de directe democratie van het klassieke Athene, de tweede vloeit voort uit de indirecte democratie van het liberalisme. Waar de populistische traditie het volk ziet als een homogene morele, culturele en politieke gemeenschap, ziet de liberale traditie het volk als een verzameling van minderheden. Op die manier is de (pluralistische) democratie te rijmen met Europa.

Dat minderheden altijd vertegenwoordigers nodig hebben en dat daarmee altijd een elite ontstaat, is volgens Pels niet erg. Integendeel: er is altijd een groep nodig die op de publieke opinie vooruitloopt en haar niet blindelings volgt. Zolang er een wisselwerking is tussen elite en volk, versterken ze de democratie.

Brussel zou dus meer als een wisselwerkingsdemocratie gevormd moeten worden. Kortgezegd: de Raad zou meer macht moeten afstaan aan de Commissie, die gekozen wordt door het Parlement, dat gekozen wordt door EU-burgers.

Maar hiermee zijn we weer terug bij het oorspronkelijke probleem. Ons hart gaat sneller kloppen van vrede, vrijheid, democratie, maar niet van Europese verkiezingen. Brussel heeft volgens Pels behoefte aan meer democratische legitimiteit, maar ook aan meer ‘smoel’, letterlijk. Want emotionele betrokkenheid bij de Europese politiek ontstaat alleen als er meer aansprekende leiders zijn: meertalige, mediagenieke Europa-optimisten die landsgrenzen overstijgen, zoals Matthias Strolz en Frans Timmermans. Europa zal een elite-project blijven, maar in een personendemocratie is die elite transparant en persoonlijk. Zo zullen we van Europa houden in cultureel-moreel opzicht, maar ook in politiek opzicht.

Europese cappuccino
Pels houdt zich in het essay aan zijn eigen recept: eerst emoties, dan personen, dan argumenten. Het resultaat is dat zijn argumenten hier en daar om meer uitwerking vragen. Dat we Europeaan zijn omdat we spaghetti eten is te kort door de bocht: we eten evengoed Chinees, zonder dat we ons Aziaat voelen. Bovendien drinken we toch Italiaanse en niet Europese cappuccino. Ook bij de Europese vrede zijn vraagtekens te plaatsen: is het niet vooral de verdienste van Amerika en de NAVO dat er vrede is in West-Europa?

Van welk Europa houden wij? is dus eerder een vurig pamflet dan een doorwrochte beschouwing. Het essay is bijzonder rijk, met uitgesproken politieke stellingen, relevante cijfers en inspirerende denkers – van Hendrik de Man en Jacques de Kadt tot Ulrich Beck en Jürgen Habermas. Het bevat zelfs een kort reisverslag naar het Bulgaarse dorpje Kapitan Dimitrievo, het dieptepunt van Europa.

Met gemak neemt Pels de lezer mee in zijn enthousiasme. Uit elke zin spreekt Pels’ liefde voor Europa. Hij verbindt verheven idealen zoals vrede, compassie, beschaving en weerbaarheid tegen het kapitalistische geweld met concrete plannen zoals een Europese energie-unie, Europese belastingen en democratische hervormingen. Door de uitgesproken stellingname zal ook het hart van de anti-Europeaan van dit boekje sneller gaan kloppen.