Literatuur

William Burroughs

Vader van de beatgeneratie

Vader van de beatgeneratie

Bestel deze boeken via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel:

 

Door Anna Visser, literair vertaler Engels & lid van het European Beat Studies Network

Homoseksueel, meermaals verslaafd aan heroïne, op de vlucht naar Mexico om een gevangenisstraf voor drugsbezit te ontlopen: de Amerikaanse schrijver William Seward Burroughs (1914-1997) was excentriek en antiautoritair. Zijn werk had grote invloed op meerdere generaties rebelse en grensverleggende artiesten. Burroughs geldt dan ook als de ‘father of the Beats’ en ‘godfather of punk’: hij was bevriend met Allen Ginsberg en Jack Kerouac, en talloze punk- en rockiconen putten inspiratie uit zijn avantgardistische, dystopische en antiautoritaire boeken. Frank Zappa, de Talking Heads, David Bowie, Debbie Harry en Lou Reed kwamen allemaal bij Burroughs over de vloer; met Kurt Cobain nam hij ‘The “Priest”, They Called Him’ op, en met rocker Tom Waits componeerde hij de opera The Black Rider.

Ook voor Patti Smith, die zelf ook wel de ‘godmother of punk’ genoemd wordt, was Burroughs een belangrijk voorbeeld. Zij leerden elkaar kennen in 1975, op haar 29e verjaardag, en zijn daarna altijd bevriend gebleven. Tekenend voor zowel Burroughs als Smith is het advies dat Burroughs haar gaf: bouw een goede reputatie op, blijf bij jezelf, lever goed werk en maak de juiste keuzes. Op de lange termijn is zo’n reputatie goud waard – iets wat zowel Burroughs als Smith inmiddels wel hebben laten zien.

De punkbeweging zette zich af tegen het idealisme en de softheid van de hippies, en maakte rauwe, politieke geëngageerde rockmuziek, die gericht was tegen het establishment. Burroughs was dan wel een van de helden van de punk, maar grappig genoeg strookt zijn verschijning daar totaal niet bij: op foto’s herken je hem steevast aan zijn rechte rug, keurige pak en stropdas. William Burroughs was niet alleen een rebel, maar ook een ouderwets galante en welgestelde southern gentleman. Een man vol tegenstrijdigheden dus.

Zijn naam als schrijver vestigde Burroughs in 1959 met zijn boek Naked Lunch. Tijdgenoot en criticus Norman Mailer schreef erover dat Burroughs dieper was doorgedrongen in het afschrikwekkende literaire niemandsland van seks, sadisme, obsceniteiten en verschrikkingen dan wie dan ook, en prees hem daarvoor. Dat is ook waarom de punkbeweging hem adoreerde: hij trad ver buiten de gebaande paden. Om exact dezelfde reden werd hij door andere literaire critici juist verguisd. Toch trad hij in 1983 toe tot de prestigieuze American Academy and Institute of Arts and Letters, waarmee hij deel ging uitmaken van het literaire establishment van Amerika.

Dat Burroughs überhaupt schrijver werd, is volgens eigen zeggen een gevolg van een beroemd en tragisch ongeval: in een dronken bui probeerde Burroughs Willem Tell te imiteren, maar dat ging mis. Zijn vrouw Joan zette een glas op haar hoofd en Bill, die nuchter een goede schutter was, probeerde dat eraf te schieten, maar schoot Joan door het hoofd. In het voorwoord van Queer schreef hij hierover:

I am forced to the appalling conclusion that I would never have become a writer but for Joan’s death, and to a realization of the extent to which this event has motivated and formulated my writing. I live with the constant threat of possession, and a constant need to escape from possession, from Control. So the death of Joan brought me in contact with the invader, the Ugly Spirit, and maneuvered me into a lifelong struggle, in which I have had no choice except to write my way out.

In dat schrijven werd Burroughs aangemoedigd Kerouac en Ginsberg, die hij leerde kennen in New York, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Burroughs was een stuk ouder en het meest belezen. Als puber las hij Milton, Wordsworth en Shakespeare en tijdens zijn studies Engels en antropologie aan Harvard maakte hij gretig gebruik van de collectie klassieke Engelse en Franse literatuur in de universiteitsbibliotheek. Tijdens zijn militaire dienst las hij in een paar maanden het gehele oeuvre van Marcel Proust. Kerouac en Ginsberg kregen aan Columbia University wel les in de klassieke Engelstalige literatuur, maar Burroughs liet ze kennis maken met een heel ander slag schrijvers: Hart Crane, T.S. Eliot (die hoorcolleges gaf aan Harvard toen Burroughs daar studeerde), Céline, Kafka, Jean Cocteau en Oswald Spengler.

Met Kerouac schreef Burroughs in die jaren het in 2008 voor het eerst uitgegeven And the Hippo’s Were Boiled in their Tanks, over de moord op hun gedeelde vriend David Kammerer door Lucien Carr. Kammerer stalkte Carr al jaren, en Carr kon er niet meer tegen. Behalve dit voorval en een voorkeur voor schrijvers als Rimbaud en Baudelaire, deelden de vrienden een nieuwsgierigheid naar de zelfkant van de maatschappij en raakten ze al snel thuis in de onderwereld van New York. Dat er drugs in het spel zouden komen, was bijna onvermijdelijk. Burroughs raakte verslaafd aan heroïne.

In zijn debuut Junky beschrijft Burroughs als ervaringsdeskundige in een journalistieke, afstandelijke en haast antropologische stijl de wereld van de heroïneverslaafde: het scoren, het spuiten, de kick, de honger naar meer junk en het afkicken. Burroughs beschrijft ook de eerste keer dat hij zelf gebruikte, in zijn geval morfine:

Morphine hits the backs of the legs first, then the back of the neck, a spreading wave of relaxation slackening the muscles away from the bones, so that you seem to float without outlines, like lying in warm salt water.

Dat klinkt best aangenaam en in het begin gebruikt Lee, de autobiografische hoofdpersoon, slechts af en toe. Maar al snel kan hij nergens anders meer aan denken:

Life telescopes down to junk […] The addict himself often feels he is leading a normal life and that junk is incidental. He does not realize that he is just going through the motions in his non-junk activities. It is not until his supply is cut off that he realizes what junk means to him.

Afkicken van heroïne is een nachtmerrie, niet alleen fysiek maar ook mentaal:

Almost worse than the sickness is the depression that goes with it. One afternoon, I closed my eyes and saw New York in ruins. Huge centipedes and scorpions crawled in and out of empty bars and cafeterias and drug stores on Forty-second Streets. Weeds were growing up through cracks and holes in the pavements. There was no one in sight.

Dit laatste citaat illustreert Burroughs’ psychologisch inzicht in de belevingswereld van de junk. Drugs waren voor hem geen doel op zich, maar net als voor bijvoorbeeld Aldous Huxley (zie The Doors of Perception and Heaven and Hell, 1956) een middel om de werking van de menselijke geest te onderzoeken en toegang te krijgen tot het onderbewuste. Burroughs was geïnteresseerd in dromen, fantasieën, telepathie en hallucinaties. Hij probeerde bijna alle soorten psychotherapie uit en dacht er over om zelf psycholoog te worden, maar had daar niet de juiste papieren voor.

In Junky volgen we Lee van New York, naar New Orleans, via Texas naar Mexico. Mexico-Stad is de plaats van handeling van Queer, dat Burroughs na Junky schreef maar dat pas in 1985 gepubliceerd werd. Waar het in Junky een afhankelijkheid van heroïne betreft, gaat het in Queer om de behoefte aan liefde en seks, die, na een periode van heroïnegebruik, in alle hevigheid terugkeert, evenals Lee’s onzekerheden en kwetsbaarheden.

Lee wordt verliefd op landgenoot Eugene Allerton, maar dat blijkt niet wederzijds. Lee blijft avances maken en uiteindelijk doet hij Allerton een voorstel: hij mag mee op reis naar Zuid-Amerika, in ruil voor seks. Het doel is om Yage oftewel Ayahuasca te vinden, een geestverruimend middel:

‘While we are in Ecuador we must score for Yage,’ Lee said. ‘Think of it: thought control. Take anyone apart and rebuild to your taste. Anything about somebody bugs you, you say, “Yage! I want that routine took clear out of his mind.” I could think of a few changes I might make in you, doll.’ He looked at Allerton and licked his lips.

In Queer is Lee veranderd ten opzichte van Junky: zijn houvast (heroïne) is weg, hij is onzeker, voelt zich afgewezen, drinkt zijn verdriet weg en wringt zich in allerlei bochten om goedkeuring te krijgen van Allerton, die hem steeds wegduwt.

He snuggled closer and stroked Allerton’s shoulder gently. Allerton moved irritably, pushing  Lee’s arm away. ‘Slack off, will you, and go to sleep,’ said Allerton. Lee drew his arm back. His whole body contracted with the shock. Slowly he put his hand under his cheek. He felt a deep hurt, as though he were bleeding inside. Tears ran down his face.

Anders dan bij Junky gaat er achter Queer een groot verdriet schuil, wat doorschemert in Lee’s nare dromen en dit soort ontroerende, trieste scènes. De gebeurtenissen die worden beschreven hadden plaats vóór de tragische dood van Joan, maar, zo schrijft Burroughs in de introductie van Queer, het boek is wel degelijk ontstaan en gevormd door zijn schuldgevoelens en het verdriet om haar dood.

Toch is Queer absoluut geen sentimenteel boek. Junky en Queer vormen samen een soort tweeluik en behandelen thema’s die je ook in Burroughs’ latere werken tegenkomt, waaronder drugs, homoseksualiteit en het spanningsveld tussen overgave en controle. Stilistisch zijn beide boeken een mix van zowel autobiografische als journalistieke elementen, vergelijkbaar met het werk van Hunter S. Thompson en de hard-boiled detective van Raymond Chandler en Dashiell Hammett. Een ander typisch burroughsiaans element is het gebruik van zogenaamde routines. Bepaalde personages, zoals de vreemde dokter Benway, komen in meerdere boeken voor. Burroughs plaatst zo’n personage in een vrij specifieke situatie en laat daar vervolgens zijn fantasie op los. Die routines, die Burroughs ook in later werk veelvuldig zou toepassen, zijn vaak tamelijk grotesk, en staan in schril contrast met de journalistieke elementen in Burroughs’ stijl.

Veel van dat latere werk bestaat uit zogenaamde cut-ups: een soort literaire collages, die Burroughs maakte met materiaal uit bestaande bronnen. Het was zijn manier om toegang te krijgen tot zijn onderbewuste en zich te onttrekken aan de controlerende werking van taal. Burroughs’ faam berust voornamelijk op deze cut-ups, en op Naked Lunch. Met allebei rekte Burroughs de grenzen van de literatuur aanzienlijk op. Hoewel Burroughs’ cut-ups niet bepaald toegankelijk zijn te noemen, zijn het absoluut fascinerende boeken, die veel artiesten en schrijvers hebben geïnspireerd.

Je kunt het lezen van die ‘verknipte’ teksten misschien nog het beste vergelijken met het bekijken van een abstract schilderij: je krijgt een reeks sterke, soms prachtige en soms tot walging aanzettende beelden voorgeschoteld, die je maar het beste gewoon over je heen kunt laten komen, zonder op zoek te gaan naar logica of een verhaallijn. De boeken kennen natuurlijk wel samenhang, maar op een andere manier. Voor wie deze avantgardistische taalexperimenten een brug te ver vindt, bieden Junky en Queer uitkomst: Burroughs’ vroege werk is een mooie introductie tot het bijzondere oeuvre van deze excentrieke en invloedrijke Amerikaanse schrijver.