Profeet van het authentieke boerenleven
De onmisbare stem van Wendell Berry (1934-2026)
Door Joris Capenberghs, cultuurcriticus, antropoloog en vertaler
Maandag 31 augustus overleed Wendell Berry – het ‘ecologische geweten van Amerika’ – op 92-jarige leeftijd. Hij was landbouwer ‘uit vrije keuze’ en schreef als dichter, romancier en essayist een rijk oeuvre bij elkaar. Hij studeerde Engelse letterkunde en gaf een tijdlang les aan de universiteit van New York en in Lexington, Kentucky. Als milieuactivist pleitte hij voor vrijwillige eenvoud en duurzame landbouw, reeds lang voor het op de politieke agenda stond. Onder de vele eerbewijzen en onderscheidingen die Berry gedurende zijn leven toekwamen zijn beurzen van de Guggenheim en Rockefeller Foundation, een Lannan Literary Award en een beurs van de National Endowment for the Arts. In 2010 ontving Berry uit handen van president Barack Obama de National Humanities Medal.
Berry woonde tot op het einde van zijn leven op een boerderij in de landelijke gemeenschap Port Royal in Kentucky, waar hij samen met zijn vrouw twee kinderen grootbracht, niet ver van de plek waar hij in 1934 geboren werd. Vanuit dit stukje ‘verdwijnend Amerika’ – alles samen zo’n vijftig hectare – koesterde hij de uit de mode geraakte deugden van goed nabuurschap en mededogen. Volgens hem draait een gezonde, duurzame economie uiteindelijk om zorg, aandacht, genegenheid – kortom: liefde. ‘Hardwerkende liefde’, in de woorden van Berry.
Geen transitie zonder traditie
In 1987 verscheen in Harper’s Magazine van Berry’s hand het essay ‘Why I Am Not Going to Buy a Computer’. Berry: ‘Hoe kan ik bewust tegen de verkrachting van de natuur schrijven als ik er zelf tijdens het schrijven in betrokken ben? Om diezelfde reden vind ik het belangrijk om overdag te werken, zonder elektrisch licht.’ Volgens Berry was er een vanzelfsprekende, innige band tussen het leven, het werk op het land en schrijven. ‘Als boer doe ik bijna al mijn werk met paarden, als schrijver werk ik met potlood of pen en een vel papier.’ Toen hij dit schreef, was hij al een gevierd schrijver wiens invloed tot ver buiten de grenzen van het literaire bedrijf strekte.
Berry geloofde steevast dat transitie – verandering in ons doen en denken – alleen maar mogelijk is door ten volle bewust te zijn van de waarde en de kracht van traditie. Er was hem veel gelegen aan de overdracht tussen generaties. Om te leren moet je je blik niet uitsluitend op de toekomst richten, maar evenzeer op het verleden. Om je ergens te vestigen en thuis te voelen, om een gemeenschap te laten bloeien op een bepaalde plek, is het geheugen van die plek onontbeerlijk. Wat niet is ingebed in een leefwereld, is gedoemd te dwalen en telkens weer dezelfde fouten te maken. Dit geldt voor mensen, dieren én planten.
Pastoraal geweten
Berry schreef uiteindelijk zeker vijftig dichtbundels, essaybundels en romans, waarin de natuurlijke leefomgeving, het boerenbedrijf en de kleine gemeenschap altijd centraal stonden. Met zijn literaire reflecties en milieuactivisme wist hij als ‘intellectuele boer’ de publieke opinie te bespelen. Zo publiceerde hij in 1971 samen met Ralph Eugene Meatyard (1925-1975) – een van de invloedrijkste naoorlogse fotografen van de Verenigde Staten – The Unforeseen Wilderness. Hiervoor reisden ze meermaals door het ongerepte canyongebied in het hart van Kentucky om ‘naar de natuur te luisteren’. Hun verslag is een krachtig samenspel van natuurbeschrijvingen en zwart-witfoto’s en leidde er mede toe dat de geplande stuwdam in de Red River Gorge er uiteindelijk niet kwam. Het unieke natuurgebied werd gered. Dit is slechts één van de vele voorbeelden van hoe Berry mettertijd uitgroeide tot het ‘ecologische geweten van Amerika’.
Berry verzette zich heftig tegen de oprukkende bio-industrie, grootschalige mijnbouw en het ongebreidelde consumentisme, maar liet zich nooit inpalmen door progressief links of conservatief rechts. Hij beschouwde zich eerder als een onafhankelijke stem en was een ‘prophet of the unplugged’, zoals The Washington Post hem noemde. Economie en ecologie dienden voor Berry hand in hand te gaan. In 2009 trok hij al zijn persoonlijke documenten en archieven terug van de universiteit van Kentucky uit protest tegen het feit dat de universiteit een schenking van zeven miljoen dollar van een steenkoolproducent had aanvaard.
‘Wat we nodig hebben bevindt zich hier’
In Berry’s poëzie vloeien natuurervaring en het harde werken op het land in elkaar over. Vaak klinkt er in zijn woorden weemoedigheid of ongerustheid over de toekomst door, maar steeds hoor je de roep om samen, in gemeenschap, zorg te dragen voor de ‘plek waartoe jij behoort, hoewel ze niet van jou is,/ want ze was al vanaf het begin en zal tot op het eind zijn’[1] Elders vlijt hij zich ’s nachts neer ‘in de vredige schoot van wilde dingen/ die hun leven niet belasten met vooruitzichten/ van verdriet’[2]. Zijn beeldspraak en taalgebruik zijn verrassend eenvoudig en uiterst trefzeker. Onbezwaard en vrij.
Maak het niet te moeilijk en verlies je niet in allerlei technologie en beeldschermen, want ‘wat we nodig hebben bevindt zich hier’, schrijft hij reeds in 1973 in het gedicht ‘Wild Geese’. Terwijl een troep gakkende ganzen overvliegt en de hemel dichttrekt, mijmert hij: ‘En we bidden, niet /om een nieuwe hemel of aarde, maar om /rust in het hart, en een oog,/ even klaar en helder.’[3] In plaats van elke zondagochtend de kerkdienst bij te wonen, besloot Berry in 1979 voortaan wandelingen te maken door de velden en bossen rond zijn boerderij. Zo ontstonden in de openlucht zijn verstilde, intieme Sabbath Poems. Hij bleef er tot 2023 mee doorgaan.
Volgens Berry zijn lichaam en aarde onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mensen kunnen hun fysiek, moreel of spiritueel welbevinden niet loskoppelen van de gezondheid van de natuurlijke leefwereld. ‘Het is onmogelijk om meer of anders te zorgen voor elkaar dan we voor de aarde zorgen,’ stelt hij onomwonden in The Unsettling of America: Culture and Agriculture (1977), een spraakmakende essaybundel waarin hij de ‘agrarische en culturele ontwrichting van Amerika’ op de korrel neemt. En in het korte verhaal ‘The Wild Birds’ uit 1986 laat hij de nuchtere verteller namens de dorpsgemeenschap opmerken: ‘We zijn zoals we zijn, met elkaar verbonden. Wij allemaal. Met alles. Het verschil zit niet in wie er wel of niet bij hoort, maar in wie zich hiervan bewust is en wie niet.’ Hoog tijd dus dat Wendell Berry naar het Nederlands wordt vertaald.
[1] ‘this/ place that you belong to though it is not yours,/ for it was from the beginning and will be to the end’, uit ‘A Poem on Hope’.
[2] ‘into the peace of wild things/ who do not tax their lives with forethought/ of grief’ uit ‘The Peace of Wild Things’.
[3] ‘And we pray, not/ for new earth or heaven, but to be/ quiet in heart, and in eye/ clear.’
Lees ook:
- ‘De opvolging van generaties’ door Wendell Berry.