dmitri-shostakovich

Sjostakovitsj in c-majeur

Door Juan Ángel Vela del Campo

Benaderingen van leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) bevatten traditiegetrouw een politieke component, die in vele gevallen de persoonlijkheid en het artistiek belang van de musicus overschaduwt. Gezien de herkomst van Sjostakovitsj is het logisch dat dit gebeurt. Hij was immers afkomstig uit Rusland, waar hij als tijdgenoot van Lenin, Stalin, Chroesjtsjov en Brezjnev de twintigste eeuw meemaakte. De beschouwingen die in dit artikel worden verwoord, zijn gestructureerd in vier delen, net als in een symfonie, of zo men wil, in vier bedrijven, omdat gezocht is naar een zekere analogie met de opera. Ik geef toe dat deze tekst, los van zijn eigenlijke essayistische aard, ook een populariserende functie heeft. Een componist dient bij voorkeur vanuit de muziek te worden benaderd, maar ik vrees dat dit met Sjostakovitsj niet steeds het geval is geweest. Als deze bijdrage de lezer ertoe aanzet kennis te maken met zijn werk of zich er verder in te verdiepen, dan ben ik in mijn belangrijkste opzet geslaagd. Sjostakovitsj wordt, om diverse redenen, door nogal wat waarnemers van het culturele leven beschouwd als ‘de meest representatieve componist van de twintigste eeuw’. Het eerste deel van deze bijzondere literaire symfonie tracht zijn muziek te plaatsen in de tijd en de omstandigheden van toen; in het tweede deel wordt nader ingegaan op het keerpunt dat de afgelasting van voorstellingen van de opera Lady Macbeth van Mtsensk teweegbracht in de betrekkingen van de componist met de politieke macht; het derde deel is gericht op de invloed van de betekenisvolle symfonie die als Leningrad bekendstaat; en in het vierde deel worden enkele ideeën geopperd betreffende ethiek en esthetiek, morele opvoeding en artistieke waarden, schep-pen en vrijheid. Goed, laten we beginnen. 

 

Dit essay verscheen in Nexus 50, ‘Europees humanisme in fragmenten
Vertaling Goedele De Sterck