couliv

Waarom moeten we bang zijn voor kitsch?

Nostalgie, kitsch en de Romantiek
Dit zijn bespiegelingen op vragen die bij me werden opgeroepen door de titel van de afgelopen Nexus-conferentie: New Notes Towards the Definition of European Culture. The Classics, Art and Kitsch. In de brochure die ik kreeg toegezonden, werd de toon gezet door de uitdrukking Kultur-Herbst-Gefühl, onder verwijzing naar een brief die Nietzsche op 21 juni 1871 schreef aan zijn vriend Carl von Gersdorff. Hierin reageerde hij op het bericht over een aangestoken brand die het Louvre en zijn kunstcollecties in de as zou hebben gelegd. Nietzsche vatte dit op als een metafoor van de oorlog die onze moderne beschaving voerde tegen de cultuur en was vervolgens enkele dagen ‘totaal verpletterd en opgelost in tranen en twijfels’. Later bleek het bericht niet te kloppen: niet het Louvre, maar de Tuilerieën waren in vlammen opgegaan tijdens de rellen die het eind van de Parijse Commune inluidden. Het was ook niet in deze brief dat Nietzsche deze hoogst pathetische, van culturele nostalgie vervulde uitdrukking gebruikte om zijn gemoedstoestand weer te geven, maar in de eerste van een reeks ‘Memorabilia’, korte teksten die hij noteerde in het voorjaar van 1878, nadat hij Menselijk, al te menselijk had voltooid en met stijgende verbazing terugblikte op iets wat inmiddels achter hem lag: ‘Herfst — pijn — stoppels — pikanjers, asters. Precies zo bij de vermeende brand van het Louvre — cultureel herfstgevoel.’[1]

Dit essay verscheen in 2007, in Nexus 47, ‘Klassieken, kunst en kitsch
Vertaling Jan Willem Reitsma