0_lNtVWvOXcdo5v-_F

Wij vluchtelingen

Laat ik allereerst vermelden dat we niet graag ‘vluchtelingen’ worden genoemd. Zelf noemen we ons ‘nieuwkomers’ of ‘immigranten’. Onze kranten zijn kranten voor ‘Duitstalige Amerikanen’, en bij mijn weten is er nooit een club van door Hitler vervolgde mensen opgericht waarvan de naam aangaf dat de leden vluchtelingen waren.

Een vluchteling was vroeger iemand die een toevluchtsoord moest zoeken omdat hij iets had gedaan of er een bepaalde politieke overtuiging op nahield. Het is waar dat ook wij een toevluchtsoord moesten zoeken; maar niet vanwege een door ons begane daad, en de meesten van ons hebben nooit zelfs maar gedroomd er een radicale politieke overtuiging op na te houden. Bij ons is de betekenis van de term ‘vluchteling’ veranderd. Tegenwoordig zijn ‘vluchtelingen’ degenen die het ongeluk hebben gehad zonder bestaansmiddelen in een nieuw land aan te komen en door vluchtelingencomités te moeten worden geholpen.

Voordat deze oorlog uitbrak waren we nog overgevoeliger voor het etiket ‘vluchtelingen’. We hebben ons best gedaan om aan te tonen dat we gewone immigranten waren. We hebben verklaard dat we uit eigen vrije wil naar een door onszelf gekozen land waren gegaan en we ontkenden dat onze situatie iets te maken had met ‘zogenaamde Joodse problemen’. Ja, we waren ‘immigranten’, ‘nieuwkomers’, die uit ons eigen land waren vertrokken omdat we op een dag hadden besloten dat we daar niet meer konden blijven, of om puur economische redenen. We wilden slechts ons leven weer opbouwen. En om je leven weer op te bouwen moet je sterk en optimistisch zijn. We zijn dus heel optimistisch.

Ons optimisme is bewonderenswaardig, al zeggen we het zelf. Het verhaal van onze strijd is eindelijk bekend geworden. We zijn ons huis en daarmee ons vertrouwde dagelijks leven kwijtgeraakt. We zijn ons werk kwijtgeraakt en daarmee ook het zelfvertrouwen dat men ontleent aan het gevoel nuttig te zijn. We zijn onze taal kwijtgeraakt en daarmee de natuurlijkheid van onze reacties, de eenvoud van onze gebaren, de spontane uiting van onze gevoelens. We hebben onze familieleden in de Poolse getto’s moeten achterlaten en onze beste vrienden zijn in concentratiekampen vermoord, wat een breuk in ons privéleven betekende.

Dit essay werd oorspronkelijk gepubliceerd in Menorah Journal in 1943. Deze Nederlandse vertaling verscheen in Nexus 73, ‘Maar er was geen plaats in de herberg’.

Vertaling Gerda Baardman