Nexus95-web
Tijdschrift Nexus

Nexus 95

Word lid

Nexus 95, ‘Educare. Wat voor opvoeding verdient een kind?’ bevat de Nederlandse vertaling van de Nexus-lezing van Wynton Marsalis en bijdragen van Rob Riemen, Kessen Tall, Licinio Teixeira, Thomas Heij, Ron Jones, Micha de Winter, Judith Mossman, Wynton Marsalis, Mylo Freeman en Theo Compernolle.

Bestel nu vast een exemplaar of word Nexus-lid en ontvang dit nummer bij zijn verschijning begin mei thuisgestuurd. Meer informatie over de inhoud van dit nummer volgt binnenkort.

Nog geen lid?
Wist u dat u lid kunt worden van het Nexus Instituut? Sluit u aan bij een groeiende groep cultuurliefhebbers en help ons de traditie van het Europees humanisme levend te houden. Leden ontvangen drie maal per jaar het cultuurfilosofisch tijdschrift Nexus en profiteren van aanzienlijke kortingen op entreekaarten. Bekijk de mogelijkheden en alle voordelen.

Inhoudsopgave

De vlag van de hoop

De zorg om de menselijke ziel

Cultuur, in zijn oorspronkelijke betekenis, is een moreel begrip, het biedt ons de grammatica van het leven, de taal, de poëtische taal, die we ons eigen moeten maken in onze zoektocht naar waarheid over onszelf en het menselijk bestaan.

Gestolen jeugd

Als scholing een zon is, zijn er plaatsen op de wereld waar kinderen nog wachten tot die opgaat: dat schrijft Kessen Tall in deze aangrijpende tekst over haar jeugd in West-Afrika. Voor Tall en haar broertjes en zusjes was onderwijs net zo min vanzelfsprekend als een veilig en liefdevol thuis. In een indrukwekkend, persoonlijk verhaal vertelt ze hoe ze haar weg in het leven vond nadat ze op twaalfjarige leeftijd door haar ouders werd verstoten.

Waarover gaat het als we het over opvoeden hebben? Is een deel van deze opvoeding universeel en onveranderlijk? Wat mijzelf betreft betekende opvoeding heel jong aan je lot overgelaten worden, je heen en weer laten slingeren door de verschillende stormen van het leven.

Lessen uit een Parijse achterstandswijk

Het voortgezet onderwijs is een uitdaging. Scholieren – in de bloei van hun puberteit – willen leren, maar zijn moeilijk te boeien door materie waarin ze zich niet zomaar kunnen herkennen. Ze willen luisteren, maar niet naar een leraar die ze hun eigen stem ontneemt. Des te groter is de uitdaging op plekken waar culturele en sociale verschillen de kloof tussen leerling en lesstof vergroten. Vanuit zijn ervaring als ‘Conseiller Principal d’Education’ in een Parijse achterstandswijk, vertelt Licinio Teixeira wat hij denkt dat middelbare scholen nodig hebben: tijd.

Vaak kom ik met een leerling in contact op het moment dat de gemoederen hoog zijn opgelopen. Het kan zijn dat een leerling de les uit is gestuurd door een docent vanwege een klein voorval, bijvoorbeeld omdat de leerling zat te kletsen, maar het kan ook om ernstigere zaken gaan, zoals een scheldpartij of een knokpartij. Dat moment, dat ik zie als het moment waarop het ongeschreven contract tussen de leerling en de docent wordt verbroken, geeft aan hoe moeilijk lesgeven is. Lesgeven staat in mijn ogen niet los van opvoeden, het is een zware opgave die elk ogenblik verstoord kan worden als een van beide partijen de pedagogische relatie niet voort wenst te zetten.

Kan zoiets hier ook?

Over ‘De Derde Golf ’ van Ron Jones

Hoe kan het toch dat grote groepen mensen zich keer op keer laten meeslepen door autoritaire demagogen? En hoe kan het dat ook Nederlandse jongeren van tegenwoordig vallen voor rechts-radicale ideologieën? Met verwijzing naar het werk van Nobelprijswinnaars Romain Rolland en Sinclair Lewis oppert Thomas Heij enkele antwoorden in deze introductie bij het essay van Ron Jones.

Onze natuurlijke drang tot groepsvorming is niet per definitie slecht, maar kan wel vrij gemakkelijk ten kwade worden aangewend en uitgebuit. Om ons daarvan bewust te zijn, is zelfreflectie en kritisch kunnen denken essentieel. Om zelf de juiste keuzes te kunnen maken, is morele vorming onmisbaar. Voor beide zijn een juiste opvoeding, serieus onderwijs en goede voorbeelden nodig.

De Derde Golf

Eind jaren zestig, Palo Alto, Californië: een geschiedenisleraar op een middelbare school doet experiment dat hem en zijn leerlingen hun hele leven zou bijblijven. In slechts enkele dagen zet hij bij wijze van proef een autoritaire klimaat op in de klas. De leerprestaties nemen verbazingwekkend toe, maar algauw ontstaat er ook een duistere dynamiek in de groep. Ron Jones, de betreffende geschiedenisleraar, schreef zijn ervaringen en de lessen die hij eruit leerde op in dit aangrijpende verhaal.

Voor mij riep de hele exercitie vooral vragen op. Waarom was ik hier niet eerder op gekomen? Leerlingen leken geconcentreerd aan opdrachten te werken en wisten feiten en concepten nauwkeurig op te zeggen. Ze schenen zelfs betere vragen te stellen en aardiger tegen elkaar te zijn. Hoe kon dat? Ik had een autoritaire leeromgeving gecreëerd en die leek enorm productief. Ik begon me nu niet alleen af te vragen hoe ver ik met deze klas kon gaan (…)

Hoopgevend opvoeden

Medemenselijkheid als tegenwicht voor polarisatie, haat en geweld

De samenleving raakt meer en meer gepolariseerd, het klimaat steeds verder uitgeput, de wereld om ons heen verduistert. En soms lijkt het alsof we er niets tegen kunnen doen. Hoe kunnen ouders en leraren hun kinderen hoop op een zonnige toekomst blijven bieden, te midden van die schaduwen? Hoe kunnen opvoeding en onderwijs tegenwicht bieden aan verharding en vijandigheid? Aan de hand van de hoopvolle ideeën van onder meer Lea Dasberg en Janusz Korczak schetst Micha de Winter de contouren van een broodnodige pedagogiek van medemenselijkheid.

Medemenselijkheid en mededogen [zijn] niet vanzelfsprekend. Ze moeten worden gecultiveerd en worden onderhouden. Opvoeding, onderwijs en vorming spelen daar een belangrijke rol in.

Plutarchus, een morele opvoeder voor onze tijd

In de eerste eeuw na Christus verhief Plutarchus vele tijdgenoten – waaronder uit de hoogste, zelfs keizerlijke kringen – met zijn morele lessen. Kunnen we in de huidige tijd nog steeds wat van de populaire filosoof en historicus leren? Judith Mossman, classica en Plutarchus-deskundige, gelooft van wel. In een rijk en erudiet essay, met een verrassende gastrol voor president Zelensky, laat ze aan de hand van enkele fragmenten zien hoe zijn werk juist nu voor ons van betekenis kan zijn.

Veel van Plutarchus’ morele lessen komen uiteindelijk neer op een aansporing tot begrip en correcte bejegening van mensen – een vaardigheid die de 21e eeuw soms verloren lijkt te hebben en dringend opnieuw moet leren.

Een leven met jazz

Lessen in integriteit

Rommel gaat door voor rijkdom, volksverlakkers presenteren zich als verlossers, we worden overspoeld met vluchtig vermaak en een algehele leegte benevelt onze blik, constateert Wynton Marsalis. Wat we dus nodig hebben, zo bepleit hij vurig, is een revolutie in ons denken, voelen en onze visie. Die vinden we in de jazz. Via verhalen over zijn vader en oudtante, en over jazzlegendes als Armstrong, Blakey en Gillespie toont Marsalis: muzikale vorming is tevens geestelijke en morele vorming.

Ik ben hier om jullie te vertellen dat de dynamiek van de vrijheid nog leeft, overal waar jazz wordt gespeeld, en zelfs nog meer op dit moment van toenemende mondiale besluiteloosheid. De waarheid van deze muziek is geworteld in de heiligheid van de persoonlijkheid – improvisatie – en in het diepmenselijke verlangen naar onderlinge afhankelijkheid – swing.

Zwarte prinsesjes bestaan niet

‘Prinsessen zijn wit, hebben lang blond haar en blauwe ogen.’ Dat kreeg een theaterdocent te horen toen ze de rol van prinses aan een zwart meisje wilde geven. Voor kinderboekenmaker Mylo Freeman was deze anekdote aanleiding om prinses Arabella in het leven te roepen: een trots zwart koningsdochtertje, dat de vloer aanveegde met hardnekkige stereotypes in de jeugdliteratuur. In een bevlogen en persoonlijk essay gaat ze in vogelvlucht langs de geschiedenis van de diversiteit in Amerikaanse en Nederlandse kinderboeken, en benadrukt ze het belang van inclusieve representatie.

Voor kinderen van kleur kan het gebrek aan diversiteit in boeken op lange termijn schadelijk zijn voor hun zelfbeeld. Ze krijgen het gevoel onzichtbaar te zijn in een maatschappij waar zij uiteindelijk wel deel van uitmaken.

Verslavende apps en brokkelende breinen

Wat het internet doet met onze hersenen

Toen begin deze eeuw de eerste smartphones populariteit vergaarden, leek deze innovatieve technologie een geweldig nieuw hulpmiddel: ideaal om overal en altijd met elkaar in contact te kunnen blijven en onze intellectuele productiviteit te verhogen. Maar nu, enkele decennia later, overheersen de schaduwzijden van de digitale alleskunner. De smartphone is niet langer een hulpmiddel dat wij aanwenden wanneer we willen, maar lijkt – via sociale media, in de handen van grote techbedrijven – juist ons te controleren. In een confronterend betoog toont Theo Compernolle hoe ‘antisociale media’ ons brein verbrokkelen, én hoe we aan hun macht kunnen ontsnappen.

Als je continu verbonden bent met het internet, functioneer je constant in een impulsieve reflexbreinmodus, waarbij je denkbrein geen kans krijgt. Dit zie je aan ongefilterde, primitieve en ‘animale’ reacties op antisociale media. Als jij niet in staat bent om langdurige aandacht te schenken aan informatie en van meme naar meme klikt, tikt of scrolt, is de kans ook veel groter dat je in een echokamer of fabeltjesfuik terechtkomt.