Geschiedenis

De wereld als getal

en andere broze zekerheden

H.W. von der Dunk
Bert Bakker, Amsterdam, 2016

Door Jilt Jorritsma, historicus en Connect-ambassadeur

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

De dictatuur van het getal
‘Tegenwoordig is het zonder meer duidelijk dat de wiskunde als een demon in alle aspecten van ons leven is gevaren,’ merkt de man zonder eigenschappenop in Robert Musils gelijknamige befaamde levenswerk. Driekwart eeuw later is er ogenschijnlijk niet veel veranderd; de invloed van de exacte wetenschappen en de techniek op ons dagelijkse leven is alleen maar toegenomen. Het beheren van data is een metafoor geworden voor het controleren van het leven. Ook in de geschiedschrijving is de invloed van het getal voelbaar. ‘Zonder big data tel je niet meer mee,’ zo luidde de conclusie van een zoektocht van het NRC naar de huidige mode in de geschiedwetenschap.

In De wereld als getal en andere broze zekerheden keert H.W. von der Dunk, emeritus hoogleraar contemporaine geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, zich tegen deze ‘bloedeloze kwantificatie van het hele bestaan’. Tegenover het denken in hoeveelheden plaatst hij een denken in gevoelswaarden en emoties dat enkel in woorden is uit te drukken. In onze ‘op drift geraakte technologische samenleving’ verliest het woord het langzaam maar zeker van het getal. Daardoor, zo meent Von der Dunk, blijven we gevangen in de schijnzekerheid van het abstracte denken: een zekerheid die slechts is gebaseerd op meetbare categorieën. Dit maakt ons blind voor de wezenlijke kanten van de werkelijkheid en die van het leven. In een academische kruistocht tegen het ‘technologische totalitarisme’ en tegen de ‘dictatuur van het getal’ wil Von der Dunk zijn lezers de ogen openen.

De nasleep van de Tweede Wereldoorlog
In acht losstaande beschouwingen ondermijnt Von der Dunk een aantal ‘zekerheden’ die in onze huidige maatschappij zijn vastgeroest. Naast de schijnzekerheid van het getal worden onder meer de vrijheid, macht, moraal, vrije wil en de positie van de intellectueel in twijfel getrokken. Von der Dunk doet dat door hun historische wording in kaart te brengen, maar laat niet altijd even duidelijk zien hoe de verschillende beschouwingen zich tot elkaar verhouden. Hij biedt zijn lezer in dat opzicht geen houvast, maar tussen de regels door openbaart zich wel zijn sterke afkeer van de huidige tijd, die is gebaseerd op een angst voor mechanisatie en depersonalisatie.

Waar komt die angst vandaan? Een indicatie vinden we in de inleiding waarin Von der Dunk stelt dat ieder tijdperk naar eigen inzicht in het teken staat ‘van een of andere zondvloed, een overschaduwend gebeuren, gewoonlijk een megacatastrofe die als heimelijk referentiepunt dient.’ In De wereld als getal wordt het ontstaan van een nieuw bewustzijn beschreven, dat leidt tot een desastreuze Tweede Wereldoorlog zonder restricties; een morele schok die het bankroet van de menselijke waardigheid betekende.

Het verlies van transcendente waarden
De oorsprong van dit nieuwe bewustzijn ligt volgens Von der Dunk in het Verlichtingsdenken dat aan het einde van de achttiende eeuw opkwam. De focus op de ratio, alsmede het geloof in vooruitgang en gelijkheid zorgden ervoor dat de mens de waarde van het leven niet langer in het transcendente zocht, maar in het materiële. Zekerheid vond men voortaan in de natuurwetenschappen en de techniek, en dus in het getal. Macht was niet langer een goddelijk gegeven, maar liet zich uitdrukken in geld, publiek succes en bekendheid. De omzetting van de hele werkelijkheid in technologische categorieën en denkpatronen heeft ook het morele besef aangetast. Zonder die moraal, zo stelt Von der Dunk, zijn we stuurloos; gedoemd weer af te glijden ‘in een complete barbarij’.

De materialisatie van het denken heeft de mens zijn menselijkheid doen verliezen; hij is een zielloos apparaat geworden. Waar het onze huidige tijd volgens Von der Dunk aan ontbeert, is een transcendente bevlogenheid, ‘een dragende vanzelfsprekende tweede dimensie die in het verleden werd verwoord als het goddelijke.’ In de afwezigheid van zo’n absolute maat – een streven naar het Ware, Goede en Schone – zijn we overgeleverd aan een doelrationele houding die onverschillig is. Zo vervangt het winststreven de beschavingsmissie; het leven is één groot experiment geworden, met alle risico’s van dien. Maar de vraag hoe we de transcendente laag in onze levens weer zouden moeten omarmen blijft onbeantwoord. Von der Dunks beschrijvingen van dit fenomeen zijn onduidelijk. Hij spreekt van de ‘dragende bodemlaag van het menselijke bestaan’ en de ‘transrationele kern van het in alles werkzame levensbeginsel die over zichzelf heen naar een andere dimensie verwijst’, maar nergens wordt voelbaar hoe deze zaken ons daadwerkelijk uit de ‘pest van het eensnarige marktdenken’ zouden kunnen verlossen.

Tussen cultuuranalyse en -kritiek
De wereld als getal is een scherpe, goed geschreven analyse van de hedendaagse cultuur, maar Von der Dunk blijft hangen in een ongezond genoegen een wereld te schetsen waarin alles de verkeerde kant op gaat. Hij kwijt zich niet van zijn taak als intellectueel om de ellende die hij ziet te overstijgen en zijn lezers de weg te tonen; door enkel ‘het lage’ van de cultuur te bekritiseren, loopt Von der Dunk het gevaar zichzelf te verliezen in zijn rol als boze oude man. De ‘platte sensatiejournalistiek’ van tegenwoordig doet hij af als ‘het onuitroeibare kankergezwel van de meningsvrijheid’ en Twitter ziet hij als ‘een nieuwe uitlaat voor het onbelemmerd lozen van verbale stront.’ Deze observaties, hoe vermakelijk ze ook mogen zijn, zijn niets nieuws onder de zon. Veel van de kritieken die in De wereld als getal voorbij komen zijn de bekende diagnoses van de huidige maatschappij; alles is te massaal, te veel gericht op de korte termijn en voor fatsoen is geen ruimte meer.

Evengoed had Von der Dunk een positieve boodschap kunnen verkondigen over de wijze waarop een transcendente dimensie ons opnieuw zou kunnen inspireren. In plaats daarvan kiest hij ervoor zijn gal te spuwen en slechts te tonen wat er volgens hem allemaal mis is met de wereld. Dat mag dan vermakelijk zijn, maar het is tegelijkertijd een knieval voor de sensatielust die Von der Dunk zelf bekritiseert.