Nietzsche2

Friedrich Nietzsche – deel 2

Het hele essay van Safranski verscheen in Nexus 16, ‘Cultuur en politiek’. Deel 1 leest u ook online.

In één klap is het met Nietzsches filologische faam gedaan. Men wordt niet ongestraft tot ‘psychonaut’ (Sloterdijk) op de stille wateren van de filologie. De studenten in Bazel lopen bij hem weg. In plaats daarvan wordt hij in huize Wagner te Tribschen geprezen. Richard Wagner vindt zichzelf in het portret van Dionysus heel goed getroffen. Maar Nietzsche had ook zichzelf willen portretteren – dat evenwel ontgaat de grote egomaan. 

Nietzsche had zich in het dionysische geweld van het leven verdiept vanuit de nog ongevaarlijke optiek van het esthetische. Maar het spel wordt plotseling ernst, want Nietzsche moet nu de sociale gevolgen van zijn optreden dragen – het zich van hem afkeren van de universitaire wereld, waarvoor hij nu ‘gestorven’ is. Hij voelt zich niet meer op zijn gemak op zijn leerstoel in Bazel, hij wordt ziek. Maar hij laat zich niet meer van de eenmaal ingeslagen denkweg afbrengen. Vanuit het standpunt van het dionysisch begrepen leven verscherpt hij zijn aanvallen tegen de dorst naar kennis, tegen de rede. Hij schrijft het opstel Über Wahrheit und Lüge im außermoralischen Sinne, waarvan de eerste zinnen luiden: ‘In een of andere uithoek van het in talloze zonnestelsels fonkelend uitgestroomde heelal was er eens een gesternte waarop knappe dieren het kennen uitvonden. Het was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de “wereldgeschiedenis”: maar toch slechts een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het gesternte, en de knappe dieren moesten sterven. – Zo zou iemand een fabel kunnen verzinnen en toch niet voldoende geïllustreerd hebben hoe armzalig, hoe schimmig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect er binnen de natuur uitziet.’ (I, 875) 

Hoeveel waarheid verdraagt de mens, hoeveel ervan kan het levensproces hebben?