Vrouwen in duistere tijden
Tien denkers van blijvende betekenis
Alicja Gescinska
De Bezige Bij, 2025
Bestel dit boek bij onze partner Athenaeum Boekhandel
Door Lotte Hondebrink
Bij de formulering ‘duistere tijden’ kun je aan veel dingen denken: de donkere Middeleeuwen misschien, of de periode van honderden jaren waarin trans-Atlantische slavenhandel en heksenverbranding hoogtij vierden. In Vrouwen in duistere tijden heeft filosoof Alicja Gescinska het echter over de twintigste eeuw: de eeuw van twee wereldoorlogen, nietsontziende dictators en de genocide die door ons Europeanen nog altijd wordt beschouwd als de maatstaf van het menselijke kwaad, de Holocaust. Tegen de achtergrond van deze gebeurtenissen schetst Gescinska een portret van tien vrouwen die tegen de klippen op vrij en kritisch bleven nadenken: Rosa Luxemburg, Anna Achmatova, Edith Stein, Hannah Arendt, Martha Gellhorn, Simone Weil, Janne Hersch, Etty Hillesum, Barbara Skarga en Judith Shklar. Aan elk van deze vrouwen wijdt Gescinska een essay, waarin ze beschrijft hoe duistere gebeurtenissen er niet in slaagden om hen klein te krijgen. Zij bleven filosofie bedrijven, stelt Gescinska, zoals die volgens haar bedoeld is: als ‘verbreding van de horizon van de eigen gedachten’.
Hoewel de tien besproken denkers deze drang naar intellectuele verbreding gemeen hebben, zijn de portretten erg afwisselend: ze lopen van bekende figuren die inmiddels hun plek in de canon hebben opgeëist (Arendt, Luxemburg), tot denkers die doorgaans minder aandacht krijgen, zoals Shklar en Hersch. De essays omvatten per stuk maar zo’n dertig bladzijden. Dit lijkt op het eerste gezicht wat krap om recht te doen aan de complexe levens en oeuvres van deze vrouwen, maar Gescinska krijgt het toch voor elkaar.
Vooral de essays over Jeanne Hersch en Anna Achmatova zijn ijzersterk. Het levensverhaal van Hersch, dat zich afspeelt in het tijdens de Tweede Wereldoorlog neutrale Zwitserland, doet nadenken over wat iemand vanuit een relatief veilige plaats kan doen in tijden van onderdrukking. Hersch bleef schrijven over vrijheid en stond in 1939 in haar eentje met haar armen naar beneden terwijl al haar medestudenten de Hitlergroet brachten. Achmatova, twee keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur en bij leven zonder meer een van de beroemdste vrouwen uit het boek, betreurde in haar gedichten de Sovjetcensuur. Gescinska beschrijft zowel haar als haar vrienden, mededichters als Osip Mandelstam en Boris Pasternak, alsof je naast hen staat.
In het essay over Hannah Arendt haalt Gescinska een tekst aan waarop Vrouwen in duistere tijden geïnspireerd is, zowel qua titel als qua inhoud: Arendts essaybundel Men in dark times (1968). Deze bundel draait, net als het boek van Gescinska, om tien denkers. Volgens Arendt hebben deze tien denkers de tijden waarin ze leefden allemaal ‘verlicht’. De thema’s die de boeken van Arendt en Gescinska aan elkaar verbinden zijn het kwaad en het verzet daartegen. Arendt was overtuigd van de banaliteit van het kwaad: het idee dat doodgewone mensen onder bepaalde omstandigheden tot vreselijke dingen in staat zijn. Dat de meeste mensen die slechte dingen doen niet door en door boosaardig zijn, maar onverschillig, en dat zij de ware aard van bijvoorbeeld een onderdrukkend regime simpelweg niet willen zien als zij zelf niet actief worden onderdrukt. De denkers die in Men in dark times worden aangehaald verzetten zich allemaal tegen deze vorm van kwaad. In Vrouwen in duistere tijden wordt dit kwaad op eenzelfde manier aan de kaak gesteld, en treedt Gescinska in de voetsporen van Arendt.
Behalve over Arendts banale kwaad gaat Vrouwen in duistere tijden ook specifiek over ‘het totalitaire kwaad’ van de twintigste eeuw, en wat we in de huidige tijd van het verzet daartegen kunnen leren. Gescinska koppelt de onderdrukkingsregimes van weleer aan de recent toegenomen oppressie en censuur in landen als de VS, en aan de Russische veroveringszucht in Oekraïne. Zoals Mark Twain ooit schreef: de geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt wel. Nu de duisternis weer terrein lijkt te winnen, biedt Gescinska broodnodig tegenwicht met ‘een ode aan het goede waartoe de mens in staat is’. Tien odes aan tien vrouwen die bleven proberen het goede te doen.
Ondanks de duistere thematiek is Vrouwen in duistere tijden daarmee een overweldigend hoopgevend boek. Zowel de tien denkers als Gescinska zelf fungeren als voorbeelden van vrijheidsdrang en de moed om tegendraads na te denken. Het boek wordt ingeleid met Gescinska’s eigen geschiedenis als ‘kind van de twintigste eeuw’. De schrijver vluchtte als kind met haar ouders vanuit het toen communistische Polen naar België. Haar eerste confrontatie met de vraag wanneer een mens echt vrij is, vond plaats in een speelgoedwinkel, kort na hun vlucht: daar stonden meer poppen dan ze ooit bij elkaar had gezien, maar ze had geen geld om er ook maar een te kopen. Het idee dat vrijheid altijd ook over gelijkheid en rechtvaardigheid gaat, wordt hiermee ingeleid. Door de rest van het boek heen wordt die gedachte met hulp van de tien denkers uitgewerkt. En in bijna alle essays wordt benadrukt dat we het aan onszelf en de wereld verplicht zijn om hierover te blijven praten en nadenken. In duistere tijden is dat een verzetsdaad op zichzelf.
Vrouwen in duistere tijden gaat over de kracht van verzet, over vrouwen die zowel patriarchale als totalitaire onderdrukking trotseerden en bleven schrijven, denken en spreken over waar ze in geloofden. Hun wijsheden staan nog steeds overeind en krijgen door Gescinska nieuw leven ingeblazen. Dit inzicht bijvoorbeeld, van Edith Stein: ‘die Welt braucht nicht was Frauen haben, sie braucht was Frauen sind’. Stein heeft dit tot tegelwijsheid verworden citaat nooit in deze exacte bewoordingen opgeschreven, hoewel er wel iets vergelijkbaars in het voorwoord van haar gebundelde essays staat. De door Gescinska aangehaalde uitspraak vertegenwoordigt echter precies de vrijheid en waardigheid waar Stein zich voor inzette, en waar Gescinska zich door laat inspireren. Het is duidelijk dat de wereld ook vooral nodig heeft wat vrouwen denken, en wat ze daarmee doen.
Lees ook:
- De Grand Tour over Hannah Arendt
- De tekst ‘Essays over revolutie en macht’ door Simone Weil uit Nexus 77
- De tekst ‘De Ilias of het gedicht van de kracht’ door Simone Weil uit Nexus 30-31