N88-k
Tijdschrift Nexus

Nexus 88

Bestel Nexus 88  25.00 of Word Nexus-lid

Nexus 88, ‘Dwergen op schouders van reuzen’ werd op zaterdag 20 november gepresenteerd tijdens de Nexus-conferentie ‘The Revolution of Hope’. Nexus-leden die naar de conferentie komen kunnen hun exemplaar daar afhalen. Bestel nu een exemplaar of word Nexus-lid.

Wij zijn dwergen op schouders van reuzen: die spreuk staat centraal in Nexus 88. Hij werd bekend door Newton, maar is ontleend aan Bernardus van Chartres en gaat uiteindelijk zelfs terug op Ovidius. Een perfect thema voor deze jubileumuitgave, want dertig jaar geleden werden dezelfde woorden in de allereerste uitgave van Nexus al genoemd als inspiratie.

De kunsten, wetenschap, literatuur, politiek, ja eigenlijk ieder domein kent zo zijn reuzen: vernieuwers, leermeesters, genieën, voorbeelden. In Nexus 88 geven hedendaagse kenners antwoord op de vragen: wie waren de reuzen op wier schouders zij staan, wat maakte hen zo groot en wat valt er van hen te leren? Het resultaat is een prachtige verzameling persoonlijke verhalen, vol inspirerende voorbeelden, smakelijke anekdotes en aanknopingspunten voor verdere verdieping.

Nog geen lid?
Wist u dat u lid kunt worden van het Nexus Instituut? Sluit u aan bij een groeiende groep cultuurliefhebbers en help ons de traditie van het Europees humanisme levend te houden. Leden ontvangen drie maal per jaar het cultuurfilosofisch tijdschrift Nexus en profiteren van aanzienlijke kortingen op entreekaarten. Bekijk de mogelijkheden en alle voordelen.

Inhoudsopgave

Dertig jaren Nexus

De traditie van het Europees humanisme met zijn culturele erfgoed aan geestelijke en morele waarden; zijn attitude en kennisideaal van geestelijke vorming bewaren en overleveren, dat is de idee waaruit Nexus is geboren. In zijn voorwoord bij deze jubileumuitgave toont Rob Riemen welke idealen Nexus al dertig jaar richting geven.

Deze attitude van eerbied en dankbaarheid voor het werk dat de intellectuele reuzen ons hebben nagelaten, is allesbehalve kritiekloos. Er is geen sprake van blinde gehoorzaamheid, blind geloof of een volgzaam napraten. Als dat zo zou zijn, dan is het verder kijken, wat de crux is van het op schouders zitten, niet mogelijk. Naast eerbied en dankbaarheid is ook een kritisch vermogen een vereiste om zorg te kunnen dragen voor een cultureel erfgoed.

Een geestelijk Atlantis

Vertaling Toon Dohmen

Hoewel de Franse topdiplomaat Jean-Marie Guéhenno ‘voor een dubbeltje werd geboren’, kwam hij in geestelijk opzicht als een kwartje ter wereld. In dit beknopte essay beschrijft Guéhenno hoe hij opgroeide tussen de boeken van zijn vader. Een persoonlijke ode aan de wereld van het boek en een pleidooi om de zoektocht naar de waarheid hoopvol voort te zetten.

De boeken gaven een inkijkje in een wereld die allang niet meer bestond, maar getuigden van levenskracht, van een onzekere toekomst die nog altijd ongewis was toen deze gedreven mannen en vrouwen hun gedachten aan het papier toevertrouwden met de bedoeling die toekomst vorm te geven. Nu waren deze auteurs allemaal dood, en de toekomst was vergleden in het verleden, verstard tot onderzoeksmateriaal voor historici. Waarom wilde ik zulke boeken bewaren?

Antieke reuzen

Echt nieuwe ideeën zijn zeldzaam. Het nieuwe laat zich niet denken zonder het oude. In dit essay laat classicus Paul Claes zien hoeveel we niet verschuldigd zijn aan de Oudheid: van het alfabet tot het denkkader van Aristoteles en de theoretische mathematica. Bovendien traceert hij de herkomst van de uitspraak dat wij ‘dwergen op schouders van reuzen’ zijn.

De radicaal Romantische filosoof Friedrich Nietzsche keerde de metafoor van de reus en de dwerg om in zijn boek ‘Also sprach Zarathustra’. Op zijn moeizame levenstocht voelt de wijze hoe de geest van de zwaarheid als een dwerg op zijn schouders drukt en grijnzend zijn val voorspelt. De reus van de geest (deze Übermensch) kan alleen de lach stellen tegenover de eeuwige wederkeer die de zwartgallige Herakleitos en de zwaarmoedige Prediker al voorzagen.

Verhalen vertellen

Vertaling Frank Lekens

Arnaldo Dante Momigliano was een ware reus in zijn vakgebied, de geschiedenis van de westerse geschiedschrijving. Obscure voetnoten of terloopse opmerkingen: het leek wel of deze enorm erudiete Joods-Italiaanse geleerde alles wist en alles onthield. Ideeënhistoricus Anthony Grafton, oud-student van Momigliano, beschrijft in dit weergaloze essay zijn persoonlijke ervaringen met zijn soms strenge maar altijd vriendelijke leermeester.

De gretigheid waarmee Momigliano naar nieuwe kennis zocht was al even indrukwekkend — en angstaanjagend — als de trefzekerheid van zijn bestaande kennis van teksten en tradities. Aan het eind van zijn loopbaan kwam hij nog steeds geregeld naar het Warburg Institute om er stapels boeken van de planken te trekken in de bibliotheek en daar aantekeningen bij te maken, waarbij hij zich bediende van een uniek systeem van kleine vellen papier met carbonpapier ertussen. Hij was dol op de open magazijnen van Amerikaanse bibliotheken — met name de Regenstein Library in Chicago — en maakte daar intensief gebruik van. Ooit vroeg ik hem of hij weleens per ongeluk in een bibliotheek was opgesloten. ‘Natuurlijk’, zei hij. ‘Zo vaak.’ Gevraagd wat hij dan deed, keek hij me aan als een rabbijn met een wel erg slome talmoedstudent voor zich. ‘Lezen. En mijn chocoladereep opeten.’

Bronnen van inspiratie

Welke invloeden maken iemand tot wie hij is? Zijn het de boeken die hij leest, de kunstuitingen waar hij van geniet, de wetenschap die zijn geestelijk eigendom wordt? In deze bijdrage geeft Jan Terlouw een inkijkje in welke filosofische en culturele inspiratiebronnen zijn leven hebben verrijkt, van zijn jeugd, oorlogstijd en studentenjaren tot zijn wetenschappelijke en politieke werk.

Een mens verwerft niet alleen kennis, maar ook waarden als liefde en vertrouwen. Danken we die niet vooral aan verbondenheid, intimiteit, gedeelde vreugde en verdriet?

Families, genealogieën en archieven

Vertaling Jabik Veenbaas

In onze tijd heeft de voorspelling prestige, de herinnering niet. De huidige crisis van de humaniora is een crisis in de waardering van intellectuele tradities. Wetenschapshistorica Lorraine Daston bestudeert de tradities van intellectuele activiteiten die net doen alsof ze geen tradities kennen. Via het verhaal van haar eigen Griekse immigrantenfamilie toont ze hoeveel ze verschuldigd is aan de tradities die zij heeft geërfd en voortgezet.

De mythologie van de wetenschappers is geen nepgeschiedenis; het is echte mythologie. En het is zeer nuttige mythologie. De anekdotes over vroegere wetenschappelijke kopstukken zijn misschien even geloofwaardig als de fabels van Aesopus, maar beide geven je op memorabele wijze levenslessen mee.

Over Duitse meesters en het schrijven van biografieën

Vertaling Mark Wildschut

Nietzsche, Schiller en Goethe: hun levensverhalen werden stuk voor stuk op beschreven door meesterbiograaf Rüdiger Safranski. In dit essay doet Safranski uit de doeken hoe het existentialisme – en specifiek een monumentaal boek van Sartre over Flaubert – hem ertoe bracht biografieën te schrijven. Zijn kijk op het genre biedt bovendien een lens om alle andere essays in deze Nexus door te bekijken.

Mij interesseert het leven van mijn protagonisten omwille van het werk dat zij hebben gemaakt. Ik wil het proces begrijpen, hoe, met welke weerstanden en welke drijfveren het werk uit het leven oprijst, zich losmaakt van de auteur, zelfstandigheid krijgt en dan weer zijn weerslag heeft op het leven. Eerst schept een auteur zijn werk en vervolgens verandert het werk zijn auteur.

Het genoegen van schouders

Vertaling Arwin van der Zwan

Twee buitenstaanders waren de reuzen op wier schouders Lisa Appignanesi staat: Sigmund Freud en Marcel Proust. Ze duiken op in zowel haar fictie als non-fictie; zonder hen zou ze niet kunnen. Appignanesi eindigt met een saluut aan twee literaire reuzen die ze persoonlijk kende: John Berger en Toni Morrison.

Ik had beslist nog nooit van de auteur gehoord en ik nam aan dat zijn naam werd uitgesproken als Praust. Het belangrijkste was dat het boek niet uit één maar twee dikke delen bestond en ik het dus niet snel uit zou hebben.

Overwegingen over grootsheid

Vertaling Huub Stegeman

‘Grote mannen’ zijn al uit de mode sinds Thomas Carlyle in 1840 zijn beroemde lezingen gaf over heldenverering. Dat gegeven is het startpunt van Robert Skidelsky, die in dit essay reflecteert op de biografie die hij schreef over ‘meester-econoom’ John Maynard Keynes. Wat maakte Keynes zo groot?

Grootse individuen hebben een ‘grootse ziel’; het is de erkenning van deze kwaliteit van grootsheid, of die zich nu openbaart in schoonheid, edelmoedigheid, moed, mededogen, oprechtheid, wijsheid of welsprekendheid die mensen om hen heen verzamelt als motten om een vlam.

Geschiedenis, herinneren en vergeten

Vertaling Gerda Baardman

Aleida Assmann is een van de grondleggers van het vakgebied ‘herinneringsantropologie’. In dit essay benadrukt ze het belang van herinneren én vergeten, en verkent ze het verschil tussen een ‘verhaal’ en een ‘narratief’. Met haar analyse staat ze stevig op de schouders van onder meer Friedrich Nietzsche.

Wat wij vergeten noemen is vaak een latente herinnering waarvan we het sleutelwoord kwijt zijn; als dat toevallig weer bovenkomt, keert totaal onverwacht een stuk werkelijk beleefd verleden terug.

De encyclopedie van de doden

Vertaling Bart Zantvoort

Schrijver Michael Krüger ontwaart in het verhaal ‘De encyclopedie van de doden’ van Danilo Kiš een lovenswaardige maar tegenwoordig weinig populaire houding tegenover onze voorouders. In deze beknopte bijdrage schetst hij het verhaal en die houding.

[D]e meeste mensen laten zich erop voorstaan hun eigen mening zo belangrijk te vinden dat ze deze als machtsmiddel tegen anderen inzetten. Door deze macht slagen we er niet in onszelf te zien als dat wat we werkelijk zijn: breekbare dwergen

Welke schouders dragen mij

Topvioliste Lucy van Dael reisde de hele wereld af om te musiceren, dirigeren en doceren. In deze bijdrage beschrijft ze haar muzikale ontwikkeling en eert ze de diverse leermeesters en collega-artiesten die haar hielpen. Een persoonlijk verhaal vol smakelijke anekdotes.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was het idee dat de overheid als eerste verantwoordelijk voor de productie van kunst was diep verankerd in onze samenleving. Het kunstbeleid toen wilde vooral sociale doelen, als ‘volksverheffing en welzijn’ verwezenlijken. Helaas is dat tegenwoordig totaal verdwenen en heeft het neoliberale rendementsdenken en onze geheel vertechnologiseerde en gecomputeriseerde wereld deze nobele doelstellingen totaal naar de achtergrond verdrongen.

Reuzen van ruimte en tijd

Vertaling Jan Willem Reitsma

De gerenommeerde natuurkundige Martin Rees maakte grote wetenschappers als Stephen Hawking, Roger Penrose en Freeman Dyson van dichtbij mee. Wat dreef hen? Wat maakte hen zo groot? En wat pikte Rees van hen op? Rees tekent een menselijk portret van de grote wetenschappers om hem heen, de reuzen van ruimte en tijd.

Stephen werkte in hetzelfde gebouw als ik. Ik heb vaak zijn rolstoel zijn werkkamer in geduwd en hij heeft me bij herhaling gevraagd een ondoorgrondelijk boek open te slaan over kwantumtheorie — de wetenschap van de atomen, niet een onderwerp dat hem tot dusverre erg had geboeid. Dan zat hij daar urenlang onbeweeglijk overheen gebogen; hij kon niet eens zonder hulp de bladzijden omslaan. Ik vroeg me af welke gedachten door zijn hoofd speelden en of zijn krachten aan het afnemen waren. Maar binnen een jaar kwam hij met zijn allerbeste idee, samengebald in een vergelijking waarvan hij zei dat die op zijn grafsteen moest komen.