Afscheid van Zsömle
László Krasznahorkai
vertaald door Mari Alföldy
Wereldbibliotheek, 2026
Bestel dit boek bij onze partner Athenaeum Boekhandel
Door Imre Bertelsen
In 2025 kreeg de Hongaar László Krasznahorkai de Nobelprijs voor Literatuur voor een oeuvre dat ‘te midden van apocalyptische terreur de kracht van kunst opnieuw bevestigt’. Al zijn hele carrière schrijft Krasznahorkai boeken in een kenmerkende stijl van lange, meanderende zinnen die hele hoofdstukken of soms zelfs het gehele boek omvatten. De schrijver voert een mistroostige setting op, vaak in een klein Hongaars dorpje, waar mensen wachten op betere tijden. Ze zien een enkeling aan voor redder en vestigen daar hun hoop op, maar die redder blijkt niet meer te zijn dan een valse profeet.
Hoofdpersoon van het onlangs in Nederlandse vertaling verschenen Afscheid van Zsömle is de hoogbejaarde ‘Oom Jöszi’, een man die vervreemd is van zijn eigen familie en slechts zijn hond Zsömle nog heeft om tegenaan te praten. Maar daar lijkt aan het begin van het boek al verandering in te komen. Oom Jöszi is opgespoord door een groepje fanatiekelingen dat meent in hem de rechtmatige opvolger voor de Hongaarse troon te hebben gevonden. De oude man speelt die rol gelijk met verve, in zijn jeugd had hij ‘besloten om de familietraditie te volgen en zijn rang te verbergen’, maar nu hij eenmaal opgespoord is klinkt het bestijgen van die troon wel heel aanlokkelijk. Toch hebben Oom Jöszi en de rest van de groep wel een andere opvatting over de uitvoering hiervan: de oude man ziet een vreedzame machtsoverdracht voor zich, terwijl zijn aanhangers al een heel wapenarsenaal blijken te hebben aangelegd. Hilarisch is de scene waarin Oom Jöszi mee wordt genomen naar een oude loods, waar zijn aanhangers trots de wapens tonen. Wanneer Oom Jöszi die ziet, stommelt hij verontwaardigd weg: zo had hij het allemaal ook weer niet bedoeld.
Als geen ander kan Krasznahorkai de lezer meenemen in een gedachtestroom en sympathie laten voelen voor zijn goeiige, ietwat sukkelige hoofdpersonen. Denk aan Florian Herscht, de bodybuilder in Herscht 07769 (2023) die zich min of meer per ongeluk inlaat met neonazi’s, of Valuska, de naïeve postbode uit De melancholie van het verzet (1989). Oom Jöszi is de laatste die in dit rijtje van goedbedoelende naïevelingen aansluit. Hij is een wat triestige man die diep van binnen liever de problemen met zijn familie op wil lossen dan de troon te bestijgen, maar wiens hoofd op hol wordt gebracht door een klein groepje extremisten. En gedurende het boek bekruipt je het gevoel dat het zomaar nog eens waar kan zijn ook, wat die fanatiekelingen geloven. Wat als deze oude man, die slechts op zoek is naar wat erkenning van anderen, daadwerkelijk een claim kan doen op de Hongaarse troon?
Op de momenten dat Oom Jöszi niet bezig is met een mogelijke troonsbestijging zit hij buiten op zijn terras, kijkt hij uit over de bergen en geniet van de zonsondergang. Krasznahorkai beschrijft dit tafereel in zijn kenmerkende, gedetailleerde stijl: ‘De wolkenstrepen, die zich horizontaal uitstrekten boven de golvende lijnen van de bergruggen, de een over de ander, zoals stapels over elkaar gelegd beddengoed, terwijl het geheel gloeide in alle nuances van de kleur rood, niets was prachtiger dan dit.’ Je gunt het de oude man om daar op dat terras te blijven zitten, de pracht van de natuur in zich op te nemen en alle nieuwe ontwikkelingen in zijn leven te laten voor wat ze zijn. Die zijn immers nergens goed voor.
Maar wie eerder een roman van Krasznahorkai heeft gelezen weet dat het verhaal zich niet op die manier zal ontvouwen. De boeken van deze auteur worden behalve door naïeve hoofdpersonen namelijk bevolkt door kleinzielige, nare personages die continu in conflict zijn, en de wereld die beschreven wordt is een harde; een wereld waarin de naïeve personages volledig onder de voet worden gelopen, nog voordat ze goed en wel doorhebben wat hun eigenlijk overkomt. Zo ook in Afscheid van Zsömle. De aanhangers van Oom Jöszi vliegen elkaar geregeld in de haren over hoe het nou precies zit met die Hongaarse troon, en of er wel of geen geweld gebruikt kan worden. Intussen lijken de bewoners van het dorp elkaar niet te kunnen luchten of zien. Iedereen lijkt zijn of haar persoonlijke belang voorop te stellen, terwijl de oude man vooral fantaseert over een betere wereld.
In de eerste paar romans van Krasznahorkai is het Hongarije onder de Sovjetbezetting impliciet aanwezig in de algemene hopeloosheid die verbeeld wordt. De schrijver demonstreert telkens hoe graag mensen zich verenigen in een groep en hoe vatbaar die groep vervolgens is voor ophitsers. Hoewel dit eerdere werk van Krasznahorkai dus zeker ook uitnodigt tot een politieke lezing, wordt de feitelijke politieke context nooit bij naam genoemd.
In Afscheid van Zsömle wordt het politieke wel expliciet. Zo wordt naarmate de roman vordert de naam van Viktor Orbán een paar keer genoemd, en geen enkele keer in positieve zin. Waar het vroegere Hongarije in de boeken van Krasznahorkai gekenmerkt werd door hopeloosheid en economische misère, schildert hij het huidige Hongarije af als een land dat ten onder gaat aan interne corruptie en moreel verval. En de inwoners zelf weigeren hierop te reflecteren, maar geven liever de schuld aan de vijandige landen die hen omringen, ‘Amerikaanse satellietstaten die bestuurd worden vanuit Brussel’. De schrijver laat met deze roman zodoende vrij duidelijk zijn mening over het Hongarije onder het bewind van Orbán doorschemeren.
Voor wie benieuwd is naar het oeuvre van Krasznahorkai is Afscheid van Zsömle een prima instapboek. De zinnen zijn even lang, toch voelt het proza in dit boek een stuk behapbaarder aan dan eerder werk van deze schrijver. Hoewel deze roman niet zo meeslepend is als Krasznahorkai-meesterwerken als De melancholie van het verzet en Satanstango (1985), is Afscheid van Zsömle een welkome toevoeging. Waar in eerder werk uiteindelijk hele dorpen en gemeenschappen te gronde gaan, richt Afscheid van Zsömle zich vooral op het verval van één man. Het boek is bewust klein gehouden, als studie over wat eenzaamheid en een gebrek aan erkenning met iemand kunnen doen.
In de ruim veertig jaar die verstreken zijn sinds Krasznahorkai zijn eerste roman publiceerde mag er dan wel veel veranderd zijn in de wereld, het gedrag van de mensen die die wereld bevolken is geen haar beter geworden. De schrijver zelf legt die onkunde graag bloot en laat, zoals de achterflap van dit boek meldt, ‘geen restauratie, maar ontwrichting’ plaatsvinden. Toch zorgt de humoristische blik van de schrijver ervoor dat je zijn werk nooit als zwaar ervaart. Al die menselijke onkunde en kleinzieligheid, je kan er maar beter om lachen, lijkt hij de lezer mee te geven.
Lees ook:
- De tekst ‘In het Waterloo’ door László Krasznahorkai uit Nexus 92
- De Tour Nobelprijswinnaars bij Nexus