Ocampo-ig

Vergeten reis

Silvina Ocampo
Uitgeverij Orlando, 2022
vertaling Jacqueline Visscher
Nawoord Annelies Verbeke

Bestel dit boek via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel

 

Komen baby’s uit Parijs en andere vragen

Door Zahra Runderkamp

Silvina Ocampo (1903-1993) is tot nu toe relatief onbekend in Nederland. Ocampo wordt wellicht wat overschaduwd door de bekendere mensen – vaak mannen – uit haar vriendengroep, zoals Jorge Luis Borges of Fernand Léger. Maar haar werk kan zeker voor zich spreken. De uitgeverij beschrijft Ocampo terecht als een van de meest ‘originele en iconische schrijvers uit Argentinië’. Ocampo was van vele markten thuis: ze was zowel schilder, dichter als schrijver. Een echte creatieve alleskunner. Nu is haar debuut uit 1937, dankzij vertaler Jacqueline Visscher, eindelijk ook te lezen door het Nederlandse publiek.

In de 28 korte verhalen die in de bundel zijn opgenomen, vinden we een waaier aan onderwerpen. Vaak staan hierin de avonturen van jonge meisjes centraal. Er is al veelvuldig gezocht naar de vraag hoeveel hiervan ‘echte’ herinneringen van Ocampo zijn en hoeveel verzonnen is. Misschien ook omdat sommige verhalen gruwelijk zijn: er kan ineens iemand dood zijn, tbc hebben, of een paard martelen. Wat daarvan waargebeurd is, en wat niet, maakt natuurlijk niet uit – Ocampo kwam zelf ook uit een aristocratische familie, en over grote villa’s en bedienden gaat het in het boek meerdere keren. Of over twee meisjes, één uit een rijke familie, één uit een arme, die van huis wisselen (‘De twee huizen van Olivos’). Fantasie of niet, het zijn prachtige, subtiel absurde verhalen die ons soms fijn laten dromen, en ons soms eerder tot nachtmerries aanzetten.

Niet een verhaal lijkt op de ander. Sommige verhalen zijn in de ik-vorm geschreven, andere in derde persoon enkelvoud. Sommige verhalen zijn meer observerend van aard, en sommige eerder een spannend avontuur. Soms zijn we een circusartiest, en soms een klein meisje dat haar naamdag viert.

Ook Annelies Verbeke probeert in het nawoord een aantal terugkerende thema’s te duiden. Verbeke wijst op een aantal van Ocampo’s thema’s, maar laat ook zien hoe lastig het is, omdat ze zo uiteenlopend zijn: voeten, reflecties, treinen, paarden, circus, de zee. De samenhang tussen de verhalen zit dus niet zozeer in de onderwerpen, maar eerder in de absurdistische stijl, het magisch realisme.

De titel van het boek Vergeten reis komt van een van de korte verhalen wat later in het boek waarin een meisje ‘de dag van haar geboorte [wil] herinneren’. Letterlijk een vergeten reis, of niet? Het meisje heeft namelijk begrepen dat baby’s uit Parijs komen, uit een grote winkel waar je ze gewoon kan bestellen. En dat is voor haar ook volkomen logisch. Dáárom huilen baby’s zoveel, omdat ze met de post in een benauwde doos opgestuurd worden helemaal vanuit Parijs. Tot, natuurlijk, deze bubbel wordt doorgeprikt door een ander meisje, dat haar vertelt waar baby’s écht vandaan komen. Groot ongeloof volgt. Het is een prachtig kort verhaal over willen weten waar je vandaan komt, letterlijk en figuurlijk, en óók over de eenzaamheid van dit meisje, dat zich een buitenstaander voelt. En logisch, als je écht gelooft dat je niets anders met je familie deelt dan dat ze je hebben uitgezocht in een winkel in Parijs.

‘De siësta in de ceder’ gaat over tbc, maar is plots heel herkenbaar, zo na de coronapandemie. Het vertelt het verhaal van Elena en haar beste vriendinnen, de tweelingdochters van de tuinman. Een van de vriendinnen, Cecilia, krijgt tbs. Ineens mag Elena niet meer met haar spelen: ‘“Kom niet te dicht bij haar, voor het geval dat”, zeiden ze tegen haar, en ze voegden er zachtjes aan toe: “Kijk goed uit als ze hoest.”’ Er volgt een totaal speelverbod. Maar Cecilia blijft elke dag aan de deur verschijnen; een van de bedienden opent telkens weer de deur en stuurt haar vervolgens weg met een excuus. Elena is niet thuis, is verkouden of heeft hoofdpijn. Tot ze op een dag niet meer aanbelt en overleden blijkt. Haar tweelingzus en een verbleekte pasfoto is het enige wat van haar overblijft. Kan Elena op tegen het verdriet van haar verloren vriendin?

Dan is er nog ‘De brede, zonovergoten galerij’ met de prachtige eerste zin: ‘Ze voelde zich ziek op de dag van haar herstel.’ Met zulke zinnen is het geen verrassing dat Ocampo ook dichter was. In het verhaal volgen we een vrouw die naar buiten kijkt en luistert naar haar omgeving. Ze denkt terug aan andere, betere dagen, zoals in Frankrijk, en een eerder bezoek aan een brede, zonovergoten galerij waar ze, net als in het moment waar we over lezen, rustig had gezeten. Het is een ingetogen verhaal, er gebeurt niet zo verschrikkelijk veel – op het eerste gezicht tenminste. De vrouw is ziek, kan eigenlijk niet meer bewegen en het rustig zitten is zo haar noodlot geworden. En zo trekt Ocampo ons telkens weer subtiel een andere wereld in. Een wereld ergens tussen droom en nachtmerrie.

 

Lees ook: