Eichler

Echo van de tijd

Echo van de tijd. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in klassieke muziek
Jeremy Eichler
Vertaald door Paul Janse en Frits van der Waa
Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum, 2023

Bestel dit boek via onze partner Athenaeum Boekhandel

 

Door Emanuel Overbeeke, musicoloog

Muziek is een teken van de tijd waarin ze wordt geschreven en kan het best worden begrepen door haar te zien als een reactie op die tijd. Dat is het uitgangspunt van muziekjournalist Jeremy Eichler in Echo van de tijd. Dit uitganspunt – dat volstrekt past binnen de huidige studie van de muziekgeschiedenis – is bij uitstek toepasbaar op de periode die Eichler als onderwerp koos: die van de Weimarrepubliek, de Tweede Wereldoorlog, en de nasleep ervan tot zeker 1975, het jaar waarin de Russische componist Dimitri Sjostakovitsj overleed.

Centraal in het boek staan diverse composities waarin hun makers ieder op eigen wijze reageerden op hun omgeving: Arnold Schönberg in zijn opera Moses und Aron (ontstaan begin jaren dertig) en in het drama voor verteller, koor en orkest A Survivor from Warsaw (1947); Richard Strauss in zijn Metamorfosen (1944-45); Sjostakovitsj in onder meer de Zevende en Achtste Symfonie (beide uit de oorlogsjaren) en Benjamin Britten in zijn War Requiem (voltooid in 1962).

In zijn behandeling van de composities is Eichler veelzijdig. Zijn boek is, met name voor historici gespecialiseerd in de periode die hij beschrijft, van grote waarde, omdat het veel nieuwe waardevolle en goed gedocumenteerde informatie bevat, vooral dankzij gesprekken van Eichler met getuigen. Het boek is op een breed publiek gericht, wat behalve in Eichlers gerichtheid op de historische context en zijn pakkende schijfstijl, is terug te zien in twee hedendaagse, om niet te zeggen modieuze standpunten die hij inneemt: dat Britten en Sjostakovitsj van hetzelfde niveau zijn als Schönberg en Bartók, een opvatting die veertig jaar geleden ondenkbaar was; en dat de intentie van een maker en de beoogde expressie in muziek minstens zo belangrijk zijn als het artistieke resultaat. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, huldigt Eichler hiermee de opvatting dat een aangedikt pathos vaak de grootste aanjager is van expressie en intensiteit.

In het boek passeren tal van onderwerpen de revue. Antisemitisme in en rond de tijd waarin de componisten actief waren, en de manier waarop zijzelf en anderen daarmee omgingen, is een rode draad. Eichler gaat bijvoorbeeld uitvoerig in op Sjostakovitsj’ Dertiende Symfonie (1962) met de ondertitel ‘Babi Yar’, gebaseerd op een tekst van de Russische dichter Jevgeni Jevtoesjenko over de slachting van Russische joden tijdens de oorlog, bij de Oekraïense plaats Babi Yar. Voor de communistische partijbonzen waren deze joden louter slachtoffers van het nazisme, maar zowel componist als dichter zagen in deze visie van de partij de zoveelste poging van de communisten om het virulente antisemitisme in de Sovjet-Unie te ontkennen.

Verder bespreekt Eichler onder meer de contacten tussen kunstenaars, de status van kunst onder politici, het lot van gevluchte kunstenaars in de diaspora, de betekenis van kunst in politiek roerige tijden en de rol van musici. Die veelheid aan onderwerpen heeft als negatief gevolg dat veel van de kwesties slechts in grote lijnen worden behandeld. Het positieve ervan is dat hij de reikwijdte van zijn thema laat zien, waarbij hij er bovendien in slaagt om alle verschillende onderwerpen overtuigend met elkaar in verband te brengen.

Echo van de tijd is een stimulerend boek, vooral wanneer Eichler durft af te wijken van de heersende conventies. Dat doet hij in een passage over Schönbergs  A Survivor from Warsaw. Aan de hand van deze compositie maakt Eichler duidelijk – en dit onconventionele geluid verdient het om meer te worden gehoord – dat expressie in muzikale stijlen die nu volstrekt amodieus zijn (de atonaliteit en de twaalftoonstechniek) even intens en betekenisvol kan zijn als de in essentie tonale stijl waarin Britten en Sjostakovitsj, die mede vanwege hun stijl nu wél populair zijn, componeerden. Bij de première van Schönbergs compositie in november 1948, stond in de programmatoelichting:

De zetting […] is vervaardigd met de atonale techniek die is ontwikkeld door Schönberg. De extreme dissonantie, de verbrokkelde lineaire stijl […] en de algehele strengheid van de muziek sluiten buitengewoon goed aan bij de geest van de tekst.

Eichler presenteert deze tekst zonder commentaar, maar zijn beschrijving van de wereldpremière is veelzeggend: de uitvoering had zoveel succes dat het stuk nog tijdens hetzelfde concert moest worden herhaald. Daarmee gaf het publiek, ook kort daarop bij de Europese première, duidelijk te kennen wat veel conservatieve muziekliefhebbers niet willen erkennen: dat de muzikale middelen van een componist altijd ten dienste staan van de expressie en dat het publiek bereid is nieuwe middelen te accepteren zolang de expressie maar overtuigend is.

Wie Echo van de tijd primair leest als een reactie van componisten op oorlog en onderdrukking komt ruimschoots aan zijn trekken. Ook al was veel informatie reeds bekend uit allerlei bronnen, maar Eichlers presentatie plaatst veel feiten in een nieuw licht. Dat roept fundamentele vragen op over de kracht van kunst, de verhouding tussen ethiek en esthetiek, de wisselwerking tussen de kunstenaar en zijn of haar omgeving, en over het belang van de achtergrond van een werk voor een goed begrip ervan. Het antwoord op die vragen laat Eichler geregeld over aan de lezer.

 

Lees ook:

• Bespreking van De klank van de heilstaat van Michel Krielaars
• Bespreking van The Eighth van Stephen Johnson
Sjostakovitsj in c-mineur van Juan Ángel Vela del Campo.